7 November 2009 in Columns
Het is typisch Nederlands. In plaats van de confrontatie te zoeken, werken we naar consensus. We gaan met zijn allen om de tafel, al betekent dat overleg op 79 niveaus. We noemen dat het poldermodel, een overlegvorm die sinds de Middeleeuwen bestaat toen boeren, edelen en stedelingen met elkaar moesten samenwerken rond de waterwering, om natte voeten te voorkomen. Dat poldermodel leidt altijd tot een compromis dat geen winnaars en verliezers kent. Dat is maar goed ook, want in onze cultuur hebben we een hekel aan winnaars en overdreven medelijden met verliezers.
Het poldermodel leidt vaak tot kansloze compromissen. Een mooi voorbeeld is de mobilisatie in 1940. We hadden in Nederland iets meegekregen van Duitse ambities en riepen daarom de jeugd onder de wapenen om de tent te verdedigen. De legertop tekende verdedigingslinies, waarna deze gebouwd konden worden. Althans, dat was het idee. In de praktijk pakte dit iets anders uit, omdat de natuurlobby van mening was dat je niet zomaar bomen kon kappen ten behoeve van de artillerie en dat het ‘not done’ was om wandelroutes en toeristische trekpleisters af te sluiten in het kader van Nationaal Belang. Zo gebeurde het dat Duitse bevelhebbers vier weken voor de aanval op Nederland in burger met vrouw en kinderen op hun gemak dierenpark Rhenen in het hart van de Nederlandse Grebbelinie konden bezoeken en via de wandel- en fietsroutes keurig opgestelde artillerie geblokkeerd zagen door bomen. 80 boeren jongens (en hun nabestanden) werden van dit compromis de dupe toen onze oosterburen met grote precisie deze eerste verdedigingslinie in mei 1940 fileerden …
Een ander, meer recenter voorbeeld is de kopieerheffing. In tegenstelling tot de rest van de wereld, besloot Nederland jaren geleden dat het downloaden van gehackte en gekopieerde software en muziek niet illegaal was. Na een omvangrijk polderoverleg concludeerde men dat goed niet van fout te onderscheiden viel, maar dat financiële schade gecompenseerd kon worden via een extra heffing op blanco dragers als DVD’s, CD’s, casettebandjes en videobanden. Met andere woorden: heel Nederland betaalde de rekening, ook al gebruikte u die lege CD’s uitsluitend voor uw eigen backups.
Sinds twee jaar heeft men ontdekt dat dit systeem niet handig is. Het moedigt downloaden aan, zo vindt de politiek. Goh. Je meent het? Daarbij worden bestanden tegenwoordig vooral opgeslagen in chips van de mobiele telefoon en op de harddisk van de computer, waardoor de kopieerheffing op CD’s zijn doel mist. Even dacht men er aan om de duvel en zijn oude moer van een kopieerheffing te voorzien, maar dat plan ging overboord toen de politiek ontdekte dat Duitsland en België relatief dichtbij liggen en er iets bestaat als internet. Een mogelijke parallel import zou het hele Nederlandse systeem onderuit trekken. Na jaren polderen besloot politiek Den Haag daarom de Europese lijn over te nemen, downloaden illegaal te verklaren en de kopieerheffing af te schaffen.
In dit soort situaties vraag ik me altijd af waarom er tijdens die overleggen niemand aanwezig is die enige relatie met de praktijk heeft en die bovendien zijn mond open durft te doen. Zou het ermee te maken hebben dat we zo op zoek zijn naar het compromis, dat we die confrontatie bewust vermijden?
Dat gevoel bekruipt me ook in het geval DSB. Alle pijlen zijn gericht op Scheringa, want die heeft over de rug van talloze zielige klanten enorme marges gedraaid op allerhande financiële producten. Niemand lijkt zich te realiseren dat het falend toezicht van de AFM en DND de ontwikkeling van dergelijke krankzinnige producten mogelijk maakte. En helemaal niemand heeft het over het feit dat die zielige klanten niet moeten huilen, maar gewoon contracten en kleine lettertjes hadden moeten lezen, voordat ze ergens hun handtekening op krabbelden.
Reageren »
17 October 2009 in Columns
E-mail vonden ze te lang en MSN (chat) te ééndimensionaal. Het antwoord was Twitter, volgens Trendwatchers de meest laagdrempelige manier om met je achterban in contact te blijven. Geen wonder dus dat marketingafdelingen zakken geld aan laten rukken om vooral mee te kunnen doen met die snelle tool waarmee je veel mensen ongestructureerd kunt vermoeien met je dagelijkse bezigheden. Even naar toilet? Naar een klant? Problemen met je abonnement op de Magriet? Twitter is het prikbord, je uitlaatklep. Twitter is direct en gratis. Twitter zit op je computer en je mobiele telefoon. Maar Twitter is ook over het hoogtepunt heen, want sinds april 2009 daalt het aantal gebruikers en hun bijdragen. Roedels spammers maken zich meester van Twitter, dat niet begrepen wordt door ouderen, terwijl jongeren het niet vreten. Twitter was leuk zolang het duurde. We vonden er Judith, onze spin in het web en brachten het als ‘specialist’ tot de Spits en het Financiële Dagblad. Nu vinden we er slechts nog de Nigeriaanse georganiseerde misdaad en Russische seksindustrie. Zij bevinden zich in goed gezelschap van die eeuwige trendwatcher en een enkele politicus die denkt dat hij populair is. Hoeveel redenen wil je nog meer hebben om je heil elders te zoeken? @royalty
Reageren »
12 October 2009 in Columns
Een verrader vinden ze het. Iemand die ze liever niet in hun gelederen hebben. Zo’n type dat niet meedoet aan achterkamertjespolitiek, een herenakkoord en die zich niet verschuilt achter onduidelijke constructies. Bah! Walgen doen ze van hem en daarom vinden ze zijn neergang des te leuker.
Ja LED en TFT vrinden, ik heb het over Dirk Scheringa. De man die er een business ethos op na houdt dat niet de mijne is, maar nu wel onterecht door collega bankiers in de hoek wordt gezet als de kleine sluwer oplichter. Het was immers dezelfde Dirk die ze op handen droegen toen hij in de jaren ’70 als tussenpersoon Buro Frisia furore maakte en talloze leningen van de gevestigde orde aan de man bracht.
Dichtbij het vuur zag Dirk hoe het spelletje werkte. Je stapelt een ondoorzichtig product op een schimmig product en koppelt vage productbeschrijvingen aan onleesbare voorwaarden, daarbij scherm je met een staatsgarantie en koppel je er een merkje aan. Hiermee ga je adverteren, bij voorkeur op TV. Dirk realiseerde zich dat er op al die niveaus geld aan de strijkstok bleef hangen en trok snel de conclusie dat hij het zelfstandig beter en eerlijker kon.
Hij begon onder eigen label leningen te verzorgen en startte later een eigen bank. Reclamebureaus had Dirk niet nodig, want die tenenkrommende commercials kon hij intern maken. Zijn boodschap was simpel. Bij Dirk kreeg en betaalde je meer rente en kon je grotere leningen afsluiten dan elders. Als lener liep je meer risico, maar daar waren de voorwaarden van de DSB vrij helder over. Je moet ze natuurlijk als afnemer wel willen lezen …
Dirk maakte in zijn handelen maximaal gebruik van de talloze overheidsregelingen die we in Nederland hebben ten behoeve van belastingaftrek en speelde gretig in op de eigenschap van Nederlanders om koste wat het kost de belastingdienst te slim af te willen zijn. Dirk verkocht zijn klanten grote hoeveelheden zinloze koopsompolissen en berekende hiervoor forse tarieven. Zijn producten vonden massaal aftrek bij afnemers die te beroerd waren zich te verdiepen in de wetgeving of hun eigen belastingaangifte.
Dirk was succesvol en kaapte bij de reguliere banken snel een doelgroep weg waar ze relatief veel aan verdienden. Hij financierde dat met het wegvallen van de vestzak/broekzak vertical waarin grote hoeveelheden geld van A naar B geschoven worden, todat iemand het niet meer aandurft. Dan verschuilt de gevestigde orde zich achter Tiel en als dat internationaal niet meer kan, dan spreken we van een kredietcrisis.
Daar had Dirk geen last van. Voor de DSB geen kredietcrisis en geen overheidssteun. Ze hadden last van klanten met afbetalingsproblemen en wat negatieve publiciteit, maar zolang er geld op de DSB spaarrekeningen bleef staan, kon Dirk gewoon doorbankieren. Dat stak de oude garde die bij Bos wel moest bedelen om hulp en dus ging de molen in de achterkamertjes aan het werk.
Ze vonden hun lakei in Pieter Lakeman van de Stichting Hypotheekleed, een orgaan dat dient als spreekbuis van talloze Nederlanders die zich door alle banken een te dure lening in zijn kanaal hebben laten proppen. Een klein gedeelte van de aangesloten mensen bankiert bij Dirk, waarbij gezegd moet worden dat een groot deel van de bruutste gevallen inderdaad bij de DSB bankiert. Lakeman wilde met alle plezier voor de camera’s van Goedemorgen Nederland uitleggen waarom mensen hun geld bij DSB op moesten nemen. Dan zou de bank failliet gaan en dat was goed voor de leners. Deze bij DSB aangesloten klanten hadden eerder al blijk gegeven van hun onvermogen om voorwaarden door te lezen en een achtergrond te bestuderen en volgden als makke lammeren het advies van Lakeman. Het volume was zo groot dat eerst de website en nu dus de hele bank onderuit ging. Lakeman kraait victorie over de onder curatele stelling van de DSB en voorspelt nog altijd dat dit een goede ontwikkeling is voor klanten.
Onzin natuurlijk. DSB klanten gaan hier qua voordelen helemaal niets van merken, aangezien ze met product en al (dus inclusief voorwaarden) worden overgeheveld naar de oude garde. Deze zullen met heel veel medelijden gaan uitleggen dat ze begrip hebben voor de moeilijke situatie van de leners, maar dat ze hier weinig aan kunnen doen aangezien lening en contract onveranderbaar zijn. Daarbij zullen ze zich als gebruikelijk verschuilen achter het proces, waarbij Bos de schuld zal krijgen omdat hij de leners bij die reguliere bank heeft ondergebracht. Lakeman zal dit beamen maar aangeven dat er alternatieven in de maak zijn. Zijn doelgroep gaat daar vrede mee hebben.
In de achterkamertjes worden inmiddels de glazen geheven. Dirk is van het toneel en de margeklanten zijn terug op het honk. Half beschonken werken ze aan de beloofde overgangsregelingen en financiële constructies waarmee afnemers op het oog beter af zijn, maar onder water dubbel genaaid worden.
Reageren »
10 October 2009 in Columns
Midden 50 is ie, zoon van een Joodse Wit-Russische Immigrant. Geboren in het Amerikaanse Detroit en dus vanzelfsprekend een carrièrestart in de autoindustrie. Net als zijn vader manager bij Ford. Begin jaren ‘80 de overstap naar de ICT, een branche die toen nog in de kinderschoenen stond. Als werknemer nummer 24 werd hij de eerste businessmanager van een klein softwarehuis dat programmeertalen maakte. Kartrekker werd hij bij de nieuwe afdeling “besturingssystemen� en snel verantwoordelijk voor het verkoopbeleid en de algehele operationele activiteiten binnen het bedrijf. Collega’s typeren hem als een gedreven licht ontvlambaar kruitvat, met een sterk eenzijdige “over mijn lijk� mentaliteit. Ik heb het over Steve Ballmer, sinds 2000 de grote baas van Microsoft.
Ballmer is een enthousiaste verkoper met een geweldig gevoel voor humor, maar staat niet niet bekend als een groots strateeg en terugkijkend op bijna 10 jaar heerschappij zijn er weinig lichtpuntjes te tellen. Op de beurs is het aandeel niet populair en een reeks schandalen en slechte producten hebben het imago van het machtige softwarehuis geen goed gedaan. In Europa en de Verenigde Staten is het bedrijf veroordeeld tot het betalen van miljarden boetes voor machtsmisbruik en in de markt wordt het links en rechts ingehaald door Google, Apple en Oracle. Microsoft was nooit het meest innovatieve bedrijf ter wereld. Alle succesproducten zijn gestolen, gekocht of gekopieerd. Er is heel weinig zelf bedacht en er zijn talloze misstappen gemaakt die achteraf met heel veel geld moesten worden rechtgezet. De grootste strategische misser is echter het onderschatten van de rol van Internet.
In 1995 presenteerde Bill Gates zijn visie met als titel “The Road Ahead�, een fraai verhaal over samenwerkende applicaties, waarin het woord “internet� niet eenmaal voorkwam. Voor Microsoft bestond de online wereld gewoon niet. Als gebruiker werd je geacht je heil te zoeken in grote en zware applicaties op je desktop. Terwijl de wereld online ging, draaide Microsoft het hoofd af.
Na de constatering van die misser twee jaar later, volgde standaard Microsoft beleid. Er werd diep in de buidel getast voor nieuwe technologie en concurrenten werden op niet reglementaire manier om zeep geholpen. Torenhoge overheidsboetes werden onder zwaar protest betaald en voor rechters voerden topmannen van Microsoft hilarische toneelstukjes op, met als hoogtepunt het optreden van Bill Gates, waarin hij behalve naam en ID-nummer zich niets meer wist te herinneren.
Anno 2009 begrijpt Steve Ballmer nog steeds niet dat Microsoft toen geweldig gedweild heeft, maar vergat de kraan dicht te draaien. Je kunt wel allerhande technologie kopen, maar als je cultureel geen omslag maakt van “computer� naar “internet�, dan zul je nooit de applicaties bedenken die gebruikers aan je bindt. Groot probleem voor Microsoft daarbij is dat het door hun zo gehate internet de wereld enorm klein gemaakt heeft. Een hype golft binnen een dag de planeet over. Er is geen tijd meer voor de standaard Microsoft aanpak van achteroverleunen en bepalen welke technologie er gekocht moet worden om in de hype mee te gaan. Tegen de tijd dat de shortlist geschreven is, zijn we twee slagvelden verder.
Ballmer weet zich geen raad met de situatie. Gelaten presenteert hij de zoveelste incarnatie van een nieuw wonderproduct, dat wederom lauw ontvangen wordt. Al jaren stopt Microsoft miljarden in productontwikkeling, maar er is niet één branche te noemen waar ze vernieuwend, trendsettend en toonaangevend zijn. Sterker nog, er is geen nieuw product te noemen waar ze echt geld mee verdienen. Hij weet dat en het frustreert hem. Je ziet het aan zijn houding bij interviews.
Na jaren kwakkelen moet het laatste kwartaal van 2009 zijn ‘finest hour’ worden en de geschiedenis ingaan als het moment waarop de Microsoft definitief de weg naar boven hervond. Het moet de kroon zijn op zijn tienjarig leiderschap. Eind oktober komt de opvolger van het gefaalde Windows Vista op de markt. Microsoft presenteerde eerder al een bijgewerkt besturingssysteem voor telefoons, een update van zijn spelcomputer, een nieuwe zoekmachine en een muziekspeler die de concurrentie met Apple aan zou moeten kunnen.
De wereld wordt er niet meer warm of koud van, want de communicatiecyclus is voorspelbaar. De producten zijn beter dan ooit, of om Ballmer te citeren: “Dit keer hebben we echt naar onze gebruikers geluisterd.� Zodra de barstjes in de marketingschil echter zichtbaar worden en internet volstroomt met ontevreden gebruikers, verwisselt Microsoft de tape en wordt er geschermd met een volgende update en een nog beter product. Het is routine geworden.
Echt uitkijken doen we intussen naar producten die vernieuwend zijn. Wave is zo’n product. Onlangs gelanceerd door het amper 11 jaar oude Google en dus gratis. Altijd en overal samenwerken, gratis telefonie en al je communicatie op één plek. Het is het summum van de in “The Road Ahead� beschreven visie, alleen dan met internet als kloppende motor.
De vooraankondiging was al genoeg om een groots opgezette productpresentatie van Microsoft volledig te doen ondersneeuwen. Ballmer reageerde furieus, bijna overspannen. Hij kon niet bevatten hoe een simpele presentatie van zo’n jong bedrijf 18 maanden werk van zijn grote organisatie van de voorpagina’s kon verdringen. Dat is nu precies zijn probleem.
Reageren »
3 September 2009 in Columns
Anderhalf miljoen (1.500.000) nieuwe klanten zouden volgens carrier Sprint en Palm dit jaar een Pré kopen. Bij introductie zag het er inderdaad goed uit, hoewel een beetje realist de bui toen al kon zien hangen. 40-50.000 toestellen vonden initieel wekelijks een koper en die aantallen waren niet voorhanden. Kopers moesten soms weken op hun toestel wachten en daarom verhoogde Palm direct na de lancering de productie. Toen ze dat op gang hadden, was de combi Sprint/Palm het momentum kwijt. Als verwacht sneeuwde de Pré onder na de lancering van de iPhone 3GS, waarbij Apple met de prijsverlaging van de 3G Palm nog even een stoot onder de gordel toediende. Productieproblemen, matige hardware en onduidelijke abonnementen zorgden voor een wegebbend enthousiasme. Inmiddels heeft Palm de productie naar beneden bijgesteld. De verkoopteller is schimmig, maar hangt ergens rond de half miljoen stuks. Sprint en Palm erkennen inmiddels dat de verkopen aan het inzakken zijn en dat de miljoen dit jaar bij lange na niet gehaald gaat worden. Het is slecht nieuws voor Palm investeerders die de Pré vooraf als het ‘make it or break it’ product zagen.
Je wilt een toekomstplaatje? Die krijg je. Ik verwacht dat Palm met een maand of twee één of twee low-end toestellen lanceert, mogelijk gepaard met een prijsverlaging op de Pré. Daarmee verhogen ze hun marktaandeel, wat in combinatie met hun ‘app store’ dan voor extra business moet gaan zorgen. Ze leveren dus directe marges in voor indirecte opbrengsten op lange termijn. Daarbij verleggen ze ook de controle over de verkopen, aangezien de kwaliteit van de applicaties in de App Store leidend wordt. Ze gaan dus leunen op ontwikkelaars, juist de groep die Palm bij de lancering van de Pré heeft genegeerd. Zwabberend beleid zeg je? Natuurlijk! Maar we zijn van Palm de afgelopen zes jaar niets anders gewend. De consistentie in beleid komt pas als ze zijn overgenomen door Dell of een andere hardwareboer die een leuk extra labeltje zoekt voor een telefoondivisie. Palm is als zelfstandig bedrijf ten dode opgeschreven, alle goeie bedoelingen met de Pré ten spijt.
Gegokt dus en verloren. Da’s geen schande, want dat heet ondernemen.
Reageren »
30 August 2009 in Columns
Ze hebben doorgaans niet meer dan een paar honderd vaste inwoners. In de zomer groeit dat aantal met enige duizenden, wanneer stedelingen tussen mei en november de drukte ontvluchten en hun pittoreske buitenverblijf opzoeken. Ik heb het over de kleine dorpjes gelegen in de bossen op de tong van Karelië, te vinden tussen Vyborg en Sint Petersburg, op loopafstand van de stranden van de Finse Golf en omringd door talloze kleine meertjes.
Nog niet zo heel lang geleden maakte het gebied deel uit van Finland, maar sinds de tweede wereldoorlog is het onderdeel van eerst de USSR en nu de Russische Federatie. Logisch, aldus de Rus, want reeds ver voor de verovering verkochten de Finnen de grond al aan bemiddelde inwoners van Sint Petersburg die diep in de buidel wensten te tasten voor een rustiek houten buitenhuis in klassiek Finse stijl.

Initieel was dat het Russische intellect. Dichters en schrijvers trokken en masse naar de regenachtige met dikke bedden mos bekleedde Finse bossen en nog altijd is het Huis van de Creativiteit van het Russisch literaire genootschap er gevestigd. In verband met achterstallig onderhoud heeft het twee jaar geleden de deuren moeten sluiten, maar de spechten wonen er nog altijd.
In de jaren ’20 en ’30 waren het partijbonsen die hun heil zochten in de regio. Op riante percelen bouwden ze hun buitenverblijven, bekend als datja’s. Dan hebben we het natuurlijk niet over kleine ruwe blokhutten die we anno 2009 in Nederland aanduiden met ‘Fins’, maar over fragiel aandoende zeer riante houten woningen, twee soms wel drie niveaus hoog, met heel veel glas. Een serre op elke verdieping, rondom balkons en afgemaakt met houtsierwerk en rustieke portiekjes. De Communistische elite had rust nodig, maar wel in alle luxe.
Na de oorlog was het de beurt aan de Russische Intelligentie, zoals de uitvinders van de Sputnik. Diep in de bossen mochten ze hun datja’s bouwen. Wel met respect, want er mocht geen boom worden omgehakt. Ook de Finse stijl werd gehandhaafd. Fragiele houten huizen in zachte pasteltinten, met houtkachels en prachtig gedecoreerde ramen verrezen tussen bomen van wel honderd jaar oud. Men plaatste bijpassende schuren en waterputten op een zandbodem bezaaid met bosbessen. Lage schuttingen gemaakt van fragiele latten zorgden voor een nagenoeg onzichtbare omheining van de percelen om elanden buiten te houden. Zo rustiek, je zou bijna vergeten dat er een koude oorlog woedde.

In de jaren ’70 dommelde het sprookjesbos in een diepe winterslaap. Onaangeroerd overleefde het Brezjnef, Andropov en Tjsernenko. Het sliep door Gorbatjov’s Perstroika heen en overleefde aansluitend Jeltsin met zijn grappen, grollen en talloze opstanden. De vaste en zomerse bewoners genoten van hun rust, de gewoonten en traditie. Op hun gemak verfden ze hun Datcha’s, repareerden ze de metalen daken en bouwden ze nieuwe waterputten. Sommige huizen werden verlaten en vervielen, andere brandden af. Een enkeling werd opgeknapt. Echt veel veranderde er niet.
Na Jeltsin kwam de kentering. De Rus mocht plotseling geld verdienen. Initieel waren het stadsbestuurders die zich links en rechts lieten verrijken door sluwe handelaars en aannemers. Wij zouden het corruptie noemen, maar dat zien ze daar anders. Een reeks privatiseringen creëerde vervolgens de ‘nieuwe’ Rus. Je kent ze wel. Types zonder enige smaak, die voor de hobby een voetbalclub in Engeland kopen en de grootste lol hebben wanneer ze hun Porsche Cayenne kort rijden op een hoge stoeprand in de stad. Zij hebben het sprookjesbos ontdekt.
Rustieke stranden worden ‘opgesierd’ met feestpaleizen en op oude percelen worden de prachtige Finse huizen vervangen door lelijke stenen nieuwbouw met kleine ramen, afgewerkt met tralies en omringt door massieve schuttingen van tenminste drie meter hoog. Geen boom blijft overeind. Diepe littekens, veroorzaakt door de aanleg van gasleiding en riolering, tekenen het bos. Rustieke weggetjes en paadjes zijn geasfalteerd, handgeschilderde straatnaambordjes worden verwijderd en elanden zijn in geen velden of wegen meer te bekennen. De oorspronkelijke bewoner moet niets hebben van deze Gevangenisromantiek en verlangt intens terug naar het Sovjet beleid gericht op het handhaven van de Finse traditie.
Reageren »
9 June 2009 in Columns

Het is rond half vier in de nacht als een zwarte bestelbus met hoge snelheid over de A1 richting Amsterdam zoeft. In de auto spreken twee mannen een te verwachten situatie door. Ze hebben haast, dus de maximum snelheid is even niet belangrijk. In de hoofdstad aangekomen, draaien ze rechtsaf bij de plek waar Theo van Gogh is vermoord. Ze passeren een paar sluizen en komen abrupt tot stilstand bij een anoniem magazijn in Amsterdam-West. Het terrein lijkt verlaten, de straatverlichting werkt niet. De bijrijder stapt uit en opent een schuifhek. Behoedzaam rijdt de bus het terrein op, terwijl beide mannen de omgeving goed in zich opnemen. Het is hen veel te donker.
Bij het pand aangekomen stapt de chauffeur uit en controleert zijn telefoon: shit, geen SMS. De bijrijder heeft inmiddels een steekwagen volgeladen met spullen uit de bus. Hij gooit een tas over zijn schouder, trekt zijn zwarte jas recht en maant de chauffeur mee te komen. Ook die pakt een schoudertas en een kist, en loopt achter de bijrijder aan.
Vermoeid kijkt een bewaker op. Hij bestudeert beide mannen in het zwart goed en probeert te raden waar ze vandaan komen. Hij verbaast zich over de hoeveelheid spullen die ze bij zich hebben: “Blij dat er iemand is. We vroegen ons al af wie er als eerste zou komen.� Zoranet dus. De mannen legitimeren zich en vragen naar de aard van het probleem. De bewaker heeft geen idee, maar weet wel dat zijn TV het niet meer doet: “Misschien een stroomprobleem.�
Met enige moeite worstelen de Zoranetters zich met al hun spullen door een sluisdeur en zoeken in een labyrint van donkere gangen de weg naar het trappenhuis. Geen stroom, betekent geen lift. Dat wordt sjouwen. Eenmaal boven staat het water hen op de rug. Vermoeid begeven ze zich naar de deur die toegang geeft tot tienduizenden computers en netwerkcomponenten. In de nachtelijke stilte daalt de realiteit in: een stroomstoring heeft het grootste internetknooppunt van Europa plat gelegd.
Beide heren moeten vol aan de bak om het Zoranet deel van het netwerk weer in de lucht te krijgen. Op het moment dat de eerste apparatuur aanspringt, meldt een collega techneut zich op locatie. Het is iemand van Google die de problemen van de zoekmachine moet oplossen. Nog geen uur later is Zoranet up and running. De meeste andere providers hebben dan nog geen mensen ter plekke en kampen dus nog met een storing. Beide heren helpen daarom gedurende het grootste deel van de ochtend diverse collega’s met hun netwerkproblemen, om vervolgens rond 11 uur met zwarte jas onder de arm huiswaarts te keren. Moe maar voldaan schuiven ze aan bij de lunch op het hoofdkantoor in Zwolle.
Radio 1 meldt zware internetproblemen door een stroomstoring bij NUON in Amsterdam. Dankzij de niet aflatende inzet van een stelletje nerds hebben Zoranet klanten er nauwelijks last van gehad.
Als netwerkengineer werken bij de beste internetprovider van Nederland? Chat, mail, twitter of bel ons. Of bezoek de site.
—
Dit was mijn laatste column voor De Stentor // De Ondernemer.
Reageren »
24 May 2009 in Columns
4 juni gaan we dus stemmen voor Europa. Boeiend genoeg om gisteren en vandaag maar even in de verkiezingsprogramma’s van de diverse partijen te duiken. Dan heb ik het over die van de vorige verkiezingen en die van nu. De beloftes van toen heb ik vervolgens tegen wat stemgedrag van de afgelopen jaren aangehouden. De uitkomst gecorrigeerd met het gebral in de tweede kamer en daarop een modificatie toegepast van hetgeen ik belangrijk vind en dat is vrijheid. Dan blijkt dat ik dit jaar dus D66 ga stemmen. Had Jaap al die tijd dan toch gelijk?
Het grootste probleem dat ik met de ‘VVD van nu’ voor Europa heb is, dat ze de liberale beginselen verloochenen omwille van ‘veiligheid’. Voorbeeldje. Europa wil dat providers in essentie gedurende 6 maanden alles van hun klanten bewaren: e-mails, browseverkeer, telefoongesprekken. Dan gaat het over informatie als datum, tijd, bestemming en duur. De VVD stelde in de 2e kamer voor om daar 24 maanden van te maken. Uiteindelijk werd samen met de regering een compromis gevonden op 18 maanden. Of te wel: 3 keer de Europese norm.
De VVD is ook voor het registreren van het gedrag van je kind, om zo in een vroeg stadium te kunnen bepalen of hij/zij een potentieel gevaar is voor de maatschappij. Jaarlijkse evaluaties dus om te kijken waar je kind gecorrigeerd moet worden. Dat in een samenleving waarin we niet meer in staat zijn om onze kinderen op school fatsoenlijk Nederlands te leren.
Ik heb de indruk dat de VVD met haar nieuwe beginselen afdrijft van hetgeen Liberalisme precies inhoudt. De vrijheid van het individu wordt in toenemende mate ondergeschikt gemaakt aan de belangen van het collectief. Dat neigt naar conservatisme en daar pas ik voor, want dat gaat verworven vrijheden kosten.
Nou Hans (van Baalen): doe me es even wat argumenten voor jouw stal!
Reageren »
18 May 2009 in Columns

1994. Een vrachtauto zet een Israëlische liftster vanuit Polen via Brussel af in Amsterdam. Ze heeft een simpele doelstelling: ze wil de beste Thai Boxer ter wereld worden. Die topsporters leven en trainen in Amsterdam, dus dat is the place to be. Ze schrijft zich in bij de gemeente, opent een bankrekening, betaalt belasting en duikt in het proces dat moet leiden tot een meerjarige Europese verblijfsvergunning. Overdag werkt ze in klassieke Amsterdamse buurten als kinderoppas bij grote gezinnen en ‘s avonds traint ze met de wereldtoppers Ernesto Hoost, Peter The Dutch Lumberjack Aerts en Million Dollar Baby Lucia Rijker. Tussendoor leert ze Nederlands door te luisteren naar Radio 1 en het werk van Drs. P.
De wereldtop in Thai Boxing haalt ze niet en dus verschuift haar aandacht naar een maatschappelijke carrière. Als telg uit een Russisch geslacht van muzikanten en wiskundigen, gaat haar interesse uit naar een baan in de ICT. Ze volgt een opleiding als applicatieprogrammeur in Noord-Holland en loopt stage bij een automatiseringsbedrijf in midden Nederland. We schrijven inmiddels 1997 en de strijd om een meerjarig verblijf loopt na diverse wetswijzigingen via Arbeidsvoorziening, de voorloper van het UWV. Het zijn de hoogtijdagen in de ICT. Iedereen die ooit een computer van afstand gezien heeft, kan in een showroom ergens in Nederland een arbeidscontract tekenen. ICT bedrijven staan voor de Israëlische in de rij, maar Arbeidsvoorziening wijst zelfs na een beroep een meerjarige werkvergunning af.
In 1999 gaat ze samenwonen met een Nederlander en verhuist ze naar Zwolle. Als zelfstandige is ze betrokken bij de start van een softwarehuis. Tot de eerste grotere opdrachtgevers behoort Arbeidsvoorziening. Die vinden haar nog steeds niet goed genoeg voor een werkvergunning, maar vertrouwen haar wel de ontwikkeling toe van software die de registratie van buitenlandse seizoenarbeiders onder controle moet brengen.
Spoedig daarna begint het langdurige proces om in Zwolle te mogen trouwen. De vreemdelingenwetgeving is inmiddels een speelbal van de politiek en wetswijziging op wijziging met uitzondering op uitzondering, zorgen voor weinig consistente regelgeving. Het lijstje met benodigde documenten wordt door een medewerker van de gemeente Zwolle uitgeschreven. Deze niet in Nederland geboren medewerker wijst de Israëlische in gebrekkig Nederlands op de strenge regelgeving en de consequenties daarvan. Het handgeschreven lijstje dat hij meegeeft bewijst dat hij onze taal ook schriftelijk niet beheerst …
De speurtocht naar de juiste documenten brengt de Israëlische in contact met de Nederlandse ambassade in Tel Aviv. Daar ontmoet ze de crème de la crème van het Nederlandse ambtelijke apparaat, namelijk de Ambassadeur en Consul. Deze hooggeplaatste overheidsdienaren vertegenwoordigen onze natie in de verre onder andere op cultureel vlak. De Consul complimenteert de Israëlische met haar nagenoeg accentloze en foutloze beheersing van de Nederlandse taal en vraagt hoe ze dat geleerd heeft. Het antwoord leidt tot een veelzeggende reactie: “Wie is Drs. P“??
2005 is uiteindelijk het jaar van de uitgekomen dromen. Na 11 jaar strijd is daar ineens de felbegeerde meerjarige verblijfsvergunning en op de valreep van het nieuwe jaar wordt het huwelijk in de prachtige Statenzaal voltrokken onder toeziend oog van alle nog levende familie en talloze vrienden. Louis van Daalen treedt, geassisteerd door Remco Tiezema, op als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand.
Ruim drie jaar later verkrijgt de Israëlische bij Koninklijk besluit de Nederlandse nationaliteit. Op 16 april 2009 overhandigt Burgemeester Henk-Jan Meijer tijdens een formele naturalisatie ceremonie de bijbehorende documenten en vanaf dat moment ben ik niet langer met een Israëlische getrouwd. De ceremonie wordt hilarisch onderbroken door ene Cees Meintjes, wanneer hij enige basiselementen uitreikt ten behoeve van een succesvolle viering van Koninginnedag. Die donderdagmiddag wordt een proces afgerond dat uiteindelijk 15 jaar geduurd heeft. Dat had zeker sneller gekund, maar sommige mensen laten zich nu eenmaal niet in de hoek van slachtoffer drukken.
Reageren »
13 May 2009 in Columns
Begin jaren ’90 ontmoet ik Jeroen. Hij is in dienst van een groot bedrijf en heeft een nietszeggende functietitel. Ik ben net gestart als zelfstandige en worstel als jonge hond met een veelheid aan uitdagingen. Jeroen doet complexe projecten en stuurt binnen zijn organisatie teams aan met specialisten. Hij vindt het allemaal “peanuts”, draagt dure pakken met een stropdas, rijdt een aardige lease auto en heeft op elke vraag een vaag antwoord. Jeroen is als consultant op weg naar de top bij zijn multinationale werkgever. Ik zit in een achtbaan op de bodem van een leeg meer dat aan het vollopen is en ik probeer de gevonden weg naar boven te blijven volgen.
Hectische tijd is het. We praten veel, maar een echte vriendschap wordt het nooit. Gesprekken gaan over het leven, maar ook vooral over zaken doen, want daar heeft Jeroen verstand van. Vindt hij. Zijn zorgen hebben betrekking op het overschrijden van projectbudgetten, het uitblijven van promotie en de service van de door zijn organisatie gekozen lease-maatschappij. Ik maak me druk over de kasstroom van mijn start-up in relatie tot het vakantiegeld van mijn personeel en of ik zaterdagavond wel naar die verjaardag kan of toch wat achterstand moet wegwerken.
Het contact met Jeroen blijft aan, maar neemt in frequentie af. Hij is inmiddels adjunct-directeur van een business unit, staat veel op de golfbaan en praat met hoge rugnummers over een conceptuele wereld die ik niet herken. Ik ben uit het meer gekropen en bouw op de oever aan mijn bescheiden imperium, dat inmiddels internationaal opereert. Jeroen vindt het allemaal “peanuts”, maar ik geniet van de mensen om me heen. De vriendschap, de ontwikkelingen en de wil om de beste te zijn.
Het is zomer 2007 als Jeroen belt. Hij is op non-actief gezet bij zijn werkgever en gaat voor zichzelf beginnen. Hij zal mij wel even laten zien wat Ondernemen precies is en heeft daarbij mijn hulp niet nodig. Projecten liggen al op de plank en de rest wijst zich vanzelf. Onder de noemer “lean and mean” mikt Jeroen op een organisatie met tien mensen binnen twee maanden. Zijn eerste contract is dat voor een forse lease-auto, snel gevolgd door de huur van een “pand met uitstraling”. Op zijn uitnodiging vieren we de start van zijn nieuwe bedrijf in een restaurant op niveau. Trots overhandigt hij me zijn visitekaartje met klinkende functietitel. Hij is er zeker van: de wereld zit op hem te wachten als President & Senior Consultant.
Twee maanden later praten we bij. Hij is inmiddels met zeven man, want het valt niet mee om goeie mensen te vinden. Ze doen hier en daar een klein klusje, maar zijn met een gefactureerde omzet van elfduizend euro niet kostendekkend. “Allemaal peanuts,” volgens Jeroen. Hij is met hele grote projecten bezig en daar hoeft er maar één van te vallen. Tegenslag kent hij ook: de door hem uitgekozen lease-maatschappij maakt er een zooitje van. Die grote projecten komen echter nooit en acht maanden na de start moet Jeroen de stekker uit zijn onderneming trekken. Hij vertelt me dat niet zelf, maar ik hoor het via een wederzijdse relatie.
Op een retailbeurs loop ik hem bij toeval tegen het lijf. Hij is als consultant betrokken bij een project voor een supermarktketen en probeert daar wat achtergrondinformatie op te doen. Ik heb een afspraak met een franchiseketen om uit te leggen waar de kostenbesparing van onze PIN oplossing precies vandaan komt en waarom ruim 80 winkelketens dus voor Zoranet hebben gekozen. Met oog op de gevoeligheid van zijn ego, vraag ik zo nonchalant mogelijk naar zijn ervaringen als Zelfstandig Ondernemer. Het doet zichtbaar pijn, wanneer hij de situatie uitlegt. Als senior consultant heeft hij de boel volledig geanalyseerd. De markt was nog niet toe aan zijn oplossing. Ik ben het daar niet mee eens: “Jeroen, je bent gewoon allergisch voor pinda’s.”
—
Dit is mijn Mei column voor De Stentor.
Reageren »
12 April 2009 in Columns
Vanuit je luie bank in je onderbroek die klant telefonisch te woord staan. Wie wil dat nu niet? Heerlijk in je eigen koninkrijkje op het moment dat het jou uitkomt je werk doen. Tussendoor de kinderen van school halen, gelijk even wat boodschappen meepikken en bijpraten met de buren. Beter wordt het niet, toch?
Als we de experts aan het woord laten, dan vertellen ze dat thuiswerkers actiever zijn. Ze doen meer en zijn vaak ook ‘s avonds laat nog aan het werk. Voor het gemak gaan ze voorbij aan de verloren tijd in de daguren en het oprekken van doorlooptijden in verband met asynchrone werkschema’s. Jij kunt om 20.52 uur nog wel aan het werk zijn, maar je collega of relatie is dat vaak niet. Op een in de avond gestelde vraag komt dus op zijn vroegst de volgende dag pas antwoord, want even bellen en doorgaan is er niet bij. Hoewel Zoranet de beste thuiswerkoplossing van Nederland levert, zet ik dus mijn vraagtekens bij de effectiviteit van structureel thuiswerken.
Thuiswerken vraagt discipline en afstandelijkheid. Dat is iets waar wij Nederlanders aantoonbaar niet in uitblinken. Het zit niet in onze genen. De één kan er iets beter mee omgaan dan de ander, maar door de bank genomen zijn we een laks volk, dat houdt van gezelligheid. We leven voor die momenten bij de koffiemachine, die gemeenschappelijke lunch en verkiezen grote vergaderingen waarin we spijkers met koppen slaan, boven de bilaterale aanpak van andere volkeren. We komen wellicht niet altijd op tijd, maar hebben wel een goed verhaal of een leuke bak. Deze culturele basisprincipes botsen met de uitgangspunten van thuiswerken.
Dit verschil komt goed naar voren bij het online winkelen. Geen land ter wereld heeft zoveel internetverbindingen per hoofd van de bevolking als Nederland. Geen wonder dus dat we in de top-3 zitten voor wat betreft het gebruik van internet. Maar we kopen online relatief een stuk minder dan slecht gedigitaliseerde volkeren. De Nederlander stiefelt liever een reisbureau of boekenwinkel binnen, dan dat ie zijn bestelling doet op een website. Wij leven voor dat persoonlijke contact, met of zonder bakkie koffie.
Natuurlijk bieden we videoconferencing en maken we met geavanceerde VoIP technologie de werkplek thuis een direct verlengstuk van de zaak. Desondanks verlegt thuiswerken veel overleg naar het geschreven woord: e-mail, instantmessaging (chat, msn), brainstormfora’s en noem maar op. Niet iedereen is even goed in staat om daar een bepaalde nuance in aan te brengen. Je ziet digitale discussies vaak snel verharden, omdat communicatie grof wordt ingestoken. Dit is een direct gevolg van de anonimiteit die gecreëerd wordt door de afstand tussen die werplek thuis en de omgeving op de zaak. Een mooi voorbeeld is deze column. Nooit de subtielste van deze krant, maar altijd thuis geschreven. Soms zelfs vanuit mijn bed.
—
Dit is mijn april column voor De Stentor.
Reageren »
11 March 2009 in Columns
Het is al weer maart 2009 als de Nederlandse regering gaat praten over de ernst van de financiële crisis. U weet wel, dat geheel van dalende beurskoersen, opdrogend geld in de zorg, omgevallen banken en talloze ontslagen. Datgene dat de Koningin in september nog ontkende, Wouter Bos in november een misplaatste grap noemde en door Rouvoet in December als ‘verrassend’ werd geclassificeerd. Die crisis dus. U bent er weer?
In een emotieloos betoog probeerde Jan Peter Balkenende, JP voor vrienden, vandaag de ernst van de situatie voor de radio duidelijk te maken. De regering had de ontwikkelingen de afgelopen negen maanden met grote interesse gade geslagen en vond de tijd nu rijp om de discussie met de Tweede Kamer aan te gaan. Ik had het gevoel te luisteren naar de kapitein van de Titanic, die me vertelt dat het schip op vele plaatsen water maakt, maar een oplossing nabij is, omdat de bemanning stevige gesprekken voert over de kleur van de ijsberg waar ze op geklapt zijn. Kansloos zo’n regering die negen maanden na dato ‘al’ tot de conclusie komt dat een ‘moetje’ onvermijdelijk is ….
Als een regen van treurigheid daalde de visie op me neer. Daarna gevolgd door een misplaatst ‘lang leven het gezin’ verhaal van Rouvoet. Typisch gevalletje shower sound. Ik had ook lekker de tijd, om er in alle rust naar te luisteren, want gezeten in mijn puike bolide haalde ik op de A1 weer eens het maximale uit mijn wegenbelasting. Al 45 minuten stond ik stil tussen Amersfoort en Leusden, terwijl ik al korte files bij Harderwijk en Nijkerk achter de rug had. Met het verkeersinfarct bij Utrecht nog voor de boeg, was het duidelijk dat mijn relaties nog even moesten wachten, totdat ik ze een aantal significante kostenbesparingen op telefonie en PINnen kon voorstellen. Toch haalde ik een sprankje hoop uit de sneue woorden van Rouvoet. Als iemand na 9 maanden al ontdekt dat de wereld financieel in brand staat, gaat hij wellicht ook een keer begrijpen dat we al tien jaar een levensgroot sociaal probleem hebben, waarvan files het resultaat zijn.
Ja, dat leest u goed. Die files hebben nauwelijks iets te maken met de hoeveel asfalt. Mensen willen gewoon niet naar huis. Even geen jankbaby, niet wandelen met de hond en geen geneuzel van partner over ‘de dag op kantoor’. 40% van de verkeersdeelnemers schaart file rijden onder Quality Time. Even helemaal weg. Ze maken liever een wandeling over zo’n obscure parkeerplaats langs de A28, of rijden om via de A50, dan dat ze thuis geconfronteerd worden met de consequenties van op jongere leeftijd gemaakte keuzes. Daar moet Rouvoet eens een keer over nadenken.
—
Column geschreven voor het themanummer van De Stentor over lease auto’s.
Reageren »
28 February 2009 in Columns
Vreemd eigenlijk, om zoveel waarde te hechten aan zo’n tiende jaargang. Alsof die belangrijker is dan de vierde, negende of elfde. Onzin natuurlijk, want iedere Klok wordt met dezelfde hoeveelheid liefde en energie gemaakt. Wellicht op de eerste in dit nieuwe formaat na, want daar moest een beetje meer inspanning voor worden verricht. Iedere editie is wat dat betreft bijzonder.

In een samenleving die in voortschrijdende mate gericht is op digitale informatiedeling, gaan fysieke gegevensdragers als krant en tijdschrift een moeilijke toekomst tegemoet. Hippe trendwatchers in paarse broeken voorspellen sinds 1996 het uitsterven van de branche. Als ervaren zelfstandig ondernemer in die onvolwassen digitale chaos ben ik het daar niet mee eens. Natuurlijk verandert de wereld, zeker heeft dat invloed op het businessmodel van fysieke publicaties en vanzelfsprekend zijn er uitgevers die het niet overleven. Maar er blijft altijd plek voor de verhalenverteller op een wegwerpmedium.
De uitgevers die ten onder gaan, zijn de essentie van hun product vergeten en zijn slechts bezig met de kostenkant. Ze snoeien grof in redacties en medewerkers. Tien jaar geleden opereerde een specifieke bladredactie met vier ervaren krachten, vier instromers, een paar specialistische freelancers en twee stagiaires. Tegenwoordig doen ze hetzelfde werk met niet meer dan een ervaren eindredacteur, een paar schoolverlaters die als ZZP’er opereren en een berg stagiaires. Nieuws wordt overgetypt van het ANP. Met dat product gaan fysieke publicaties de strijd aan met internetmedia, die het nieuws geautomatiseerd overnemen van het ANP. Kan één van die krantenboeren mij – als adverteerder – vertellen, wat de meerwaarde is van een krant als die niet meer bevat dan ANP nieuws van gisteren?
Veel uitgevers zijn vergeten dat het gaat om de verhouding tussen prijs en kwaliteit. In de digitale wereld is veel gratis, maar kwalitatief houdt het niet over. Dat zie je ook terug in gratis tijdschriften en kranten. Om tegen die vlugge vlakke wereld op te kunnen, moet je diepgang bieden. Dat red je niet met goedwillende schoolverlaters. Echt niet.
Kranten en tijdschriften moeten verder af van het idee dat mensen willen betalen voor oppervlakkige actualiteiten. Daarvoor hebben we gratis SMS diensten, digitale nieuwsbrieven en talloze websites die ons 24 uur per dag gratis voorzien van het verzamelde nieuws van persbureaus in de hele wereld. Die wereld is zo dynamisch, dat zelfs digitale redacties moeite hebben dit bij te houden. Half februari maakte ik op internet live mee hoe een Amerikaan vuurbollen in Texas zag. Binnen drie minuten stond de met zijn telefoon gemaakte video op het internet. Vijf minuten later kwamen BBC en CNN op hun website met ‘breaking news’: afval afkomstig van eerder die week gebotste satellieten keerde terug naar aarde en zorgde voor vuurbollen boven Texas. Nog geen drie minuten later kreeg ik een link naar een website, waarop een professor uitlegde dat dit niet waar kon zijn. Zijn conclusie: de vuurballen waren delen van een asteroïde die in de dampkring verbrandden. Deze visie werd binnen tien minuten bevestigd door ESA en NASA. Vijfentwintig minuten later werkten de webredacties van zowel de BBC als CNN hun website bij. De volgende dag wist de Volkskrant als ‘kwaliteitskrant’ te melden, dat de vuurballen boven Texas het resultaat waren van gebotste satellieten. Daar betaal ik dus geen Euro 269,90 per jaar voor.
Deze column verscheen in de jubileum editie van de sociëteitsglossy de Grote Klok.
Reageren »
13 January 2009 in Columns
Samengeknepen ogen. Gebalde vuisten. Vocht in zijn bilnaad. Hier had hij jaren naar uitgekeken. Even geen tweede viool. Eindelijk draaide de wereld om hem. Al die journalisten die stonden te wachten. De fotografen. Cameraploegen. Dit was zijn moment. Een hele dag had hij voor de spiegel geoefend op dat ene zinnetje. Als het er nu maar goed uit kwam: “Dames en heren, ik heb een bank gekocht.�

Groot nieuws was het. De Nederlandse overheid die één van de grootste financiële instituten van Europa nationaliseerde. De Minister van Financiën genoot zichtbaar van alle aandacht. Eindelijk telde hij mee.
In een serie interviews lichte hij zijn beslissing toe. Voor hem was het duidelijk dat het bedrijfsleven moest inbinden met alle kritiek op de overheid. De crisis in de financiële wereld bewees, dat het bij veel banken een complete puinhoop was. Volgens Wouter Bos had de directie van Fortis haar hand overspeeld door teveel geld te lenen om grote aankopen te financieren.
Op het oog een aardige analyse, ware het niet dat deze Minister van Financiën de Staatsschuld met 70% moest laten toenemen om zijn aankoopbeleid te financieren. Typisch gevalletje dus van de pot die de ketel verwijt. Overigens nuanceert Bos de situatie door te stellen dat Nederland er in Europa heel goed voor staat. Eigenlijk doet alleen Duitsland het beter, maar dat vindt hij niet zo vreemd. Duitsland wordt door beleggers gezien als de meest veilige overheid. Daarom kan Duitsland in tijden van crisis makkelijk aan geld komen. Als je naar Bos luistert, dan kun je niets anders dan concluderen dat hij een superieure rol heeft gespeeld. Als financieel leider heeft hij de toekomst van het armlastige Nederland veilig gesteld, door met geleend geld een hele grote bank over te nemen.
Met enige jaloezie zal Bos gekeken hebben naar de situatie in de Verenigde Staten. De manier waarop de politiek daar de vloer aan veegde met de topmannen van de autoindustrie. Op hun knieën moesten ze voor overheidssteun. Heerlijk moet hij dat gevonden hebben.
Groot zal zijn opwinding ook zijn geweest, toen hij las over de laatste ontwikkelingen daar aan de andere kant van de plas. De porno industrie die vijf miljard steun vraagt, ter compensatie van tegenvallende vraag naar dienstverlening. Stel je voor: de aandacht die Bos ten deel valt als zo’n verzoek in Nederland wordt gedaan. Alleen de gedachte daaraan geeft hem al een erectie waarmee hij de hele verzakking rond die Noord-Zuidlijn in Amsterdam in één keer zou kunnen compenseren.
Ja lezers, deze Minister van Financiën geniet intens van de paniek in de markt. Al die aandacht nemen ze hem nooit meer af. Wat hem betreft mag de situatie nog wel even aanhouden en hij laat daarom geen moment aan zijn neus voorbij gaan om ons even te wijzen op de recessie en de teruglopende bestedingen. Van dat laatste merkt Zoranet als toonaangevend leverancier van PINverbindingen voor de retail niets. In de decembermaand registreerden we op topdagen een gemiddelde van 378 PINtransacties per seconde, een absoluut nationaal record waarmee de aandeelhouders van de BV Nederland een duidelijk signaal afgaven naar Wouter Bos: kappen met dat doemdenken.
Reageren »
30 December 2008 in Columns
Zij die je vorig jaar nog Web 2.0 brachten, komen volgende week met de upgrade. Waar het bij 2.0 allemaal in het teken staat van ‘delen’, ‘samenwerken’ en ‘alles online beleven’, gaan we nu naar een intelligent internet. Jij wilt reizen, dat Net weet wat je leuk vindt en adviseert je dus een reisje op maat. En daar hoef je helemaal niets meer voor te doen, behalve hooguit ‘buy with one click’ te activeren.
Web 2.0 is een conceptuele term uit 2005, die vooral een technische achtergrond had en je de mogelijkheid zou bieden je digitale leven op jouw manier in te richten. Zeg maar: de kerstboom waar jij je ballen in gaat hangen, zoals je flickr site, je blog, igoogle, etc. Internet dus als een centraal platform waarbij je alles via open links en api’s aan elkaar zou kunnen knopen.
Web 3.0 (bedacht in 2006) heeft betrekking op een intelligent netwerk, dat op basis van je kerstballen je online leven gaat helpen bepalen. Het komt volgend jaar en moet in 2010 bepalend zijn. Wow, klinkt goed niet? De kleine letters vertellen je verder dat Web 3.0 een geheel is van sites die je via open links en api’s aan elkaar kunt knopen. Eh, hadden we dat niet al in 2.0? Precies, maar aangezien de praktijk ver achterblijft bij de theorie, is deze featureset doorgezet naar 3.0 en gaat ongetwijfeld ook nog wel in 4.0, 4.5.1 en 5.0 terugkomen, omdat de commercie nu eenmaal een compleet open omgeving in de weg staat.
De mensen die overigens het meest prominent bezig zijn met Web3.0 zaten vorig jaar met hun smoelwerk op TV te verkondigen dat we met zijn allen op dit moment een second life account zouden hebben. Weet je nog, dat is die 3D wereld die schaduw draait aan de onze en waar mensen slapend rijk worden. Veel organisaties hapten op de hype en investeerden miljoenen om mee te kunnen doen. Heb je zo’n account? Vaak ingelogd? Dat bedoel ik.
Het zal mij niets verbazen, als diezelfde types in 2000 op menig verjaardag zaten te verkondigen dat de beursgang van Worldonline een geweldige investering was. Types die alles ‘Newconomy‘ de hemel in prezen en die in 2001 iedereen adviseerden over te stappen op Linux, want dat was toch je-van-het.
Anno 2008 twitteren ze zich helemaal de takke en realiseren ze zich onbewust dat ze daar in hun eigen kleine cirkeltje zitten te kwetteren. Altijd diezelfde gezichten en tweets komt hen eigenlijk de strot uit en daarom voorspellen ze voor 2009 dat Twitter mainstream gaat worden. Niet omdat het zo is, maar omdat ze zelf zo graag eens een keer een ander mens willen ontmoeten.
Reageren »