Het zit niet goed met het vertrouwen in het betalen met de bankpas. Ondanks goeie signalen vooraf, was er op 24 december geen sprake van een record aantal pinbetalingen. Uit gesprekken met winkeliers blijkt dat er relatief veel met contant geld is betaald. De handel was er dus wel, maar de consument vertrouwde meer op keiharde doekoes, dan op het digitale betalen. Goed voor de winkelier, maar iets dat met name transactieverwerker Equens zich mag aantrekken.
Er waren vooraf aanwijzigingen genoeg dat er een absoluut record gehaald zou worden. Op 20 december werd er reeds door onderzoekers gemeld dat de kerstman het voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis van de Sint zou winnen voor wat betreft de hoeveelheid ingekochte kado’s. Online gigant Bol.com bevestigde dit beeld op 21 december.
Het weer zat echt mee. Zaterdag 24 december was een prachtige zonnige dag. Geen wind, geen kou, maar een heuse winterzon. Uit mijn eigen ervaring op de markt weet ik dat dit garant staat voor een topdag. Een schril contrast met het weer op 3 december dat nat en koud was, maar toen er wel stevig met de bankpas betaald werd.
Bij Zoranet hielden we rekening met een heus pinrecord. Er waren zeker signalen dat dit behaald zou worden: het aantal pintransacties lag rond 11 uur veel hoger dan doorgaans het geval is. De steile curve richting de dagpiek begon ook 20 minuten vroeger … maar de druk was er ook een half uur sneller af. Bovendien was de pin-intensiteit minder. Het record kwam er dus niet.
Aangezien het weer meezat en de verkoopcijfers laten zien dat de drukte in de winkels er echt wel was, kunnen we slechts constateren dat de consument cash verkoos boven de digitale transactie. Winkeliers bevestigen dit. Het heeft er daarom alle schijn van dat het vertrouwen in de pinpas bij de consument een zware tik heeft gehad.
Benieuwd hoe de ‘pinketen’ dit gaat oppakken. De eerste signalen zijn niet hoopgevend, aangezien de nieuwe commercials primair de winkeliers aanspreken. Alsof die zitten te wachten op haperende transactieverwerkers.
De nieuwe communicatie van Stichting Efficiënt Betalen, een samenwerking tussen het Bedrijfschap Detailhandel en diverse banken:
Gek word ik van die geruchten dat het online smoelenboek dit jaar naar de beurs gaat. Onzin. Facebook doet op zijn vroegst volgend jaar IPO. Oprichter Zuck wil de baas blijven, maar is veel te schuchter om een publiek bedrijf te leiden. Een beursgang is pas een optie als hij het zat is en optieft. Dat gebeurt vanzelf wanneer Facebook aan zijn plafond zit en aandeelhouders klaar zijn om te cashen. Hoewel de massale groei er bij Facebook uit is en Twitter het nieuwe troetelkindje is geworden, krabbelt het online smoelenboek qua gebruik nog wel omhoog. In Brazilië en Nederland is nog een markt te veroveren en in Rusland, Duitsland en India woeden nog wat achterhoede gevechten met de nummer twee. Als die markten gepakt zijn, dan rest slechts de ultieme transitie naar de keiharde advertentieverkoper. Een rol die Zuck niet leuk vindt en die hij derhalve graag aan een ander laat. Dat is het moment van de beursgang en tevens het begin van het einde van dit smoelenboek. Geen probleem, want tegen die tijd hebben we wel weer een nieuw social media troetelkindje. Wat denk jij? Facebook dit jaar naar de beurs of op weg naar wereldheerschappij voor langere tijd? Waarom?
Het is volgens hoog opgeleide types bij KPN mogelijk dat ik met deze bijdrage de indruk heb gewekt, dat ik gelieerd ben aan de grote groene telecomgigant. Het tegendeel is natuurlijk waar: ik heb een bloedhekel aan KPN. Om hun slechte service, hun slechte producten, hun monopolistisch gedrag en hun gebrek aan stijl. In simpel Nederlands: ik werk niet bij KPN, zal er ook nooit werken en wat mij betreft mag vandaag de stekker er bij ze uit. Helder zo?
Geweldige film, die wellicht een beetje teveel op het juridische geneuzel hangt, maar perfect de essentie van ondernemen pakt: altijd en overal met je toko bezig zijn en daar alles voor opzij (moeten) zetten. Inclusief je eigen ego. Hoe lastig dat soms ook is wordt perfect getoond op het moment waarop beide oprichters de keuze moeten maken tussen hun bedrijf, een stage of de studie. Zuck kiest automatisch voor het bedrijf, zijn kompaan na enig denkwerk voor zijn studie. Essentieel verschil. Herkenbaar is ook de spanning die ontstaat op het moment dat de kompaan zich na een aantal maanden weer aan het front meldt en denkt gelijkwaardig in te kunnen stappen. De discussie die dan ontstaat, de spanning die daaruit voortkomt en de manier waarop het zich ontwikkelt. Wow. Werkelijk perfect in beeld gebracht. Ik beleefde diverse fases van m’n verschillende startups opnieuw en kreeg onbewust bevestigd waarom ik doe wat ik doe.
Voor de eerste keer in de geschiedenis zijn er meer telefoons verkocht met het Android besturingssysteem dan iPhones. Da’s goed nieuws voor de Android fans, maar tegelijk zegt die ene zin het allemaal: ‘telefoons met het Android besturingssysteem’ en ‘iPhones’. Waar de overgrote meerderheid van de iPhone-kopers de laatste versie van het OS gebruikt en een intensieve relatie met de App store onderhoudt, is een Android gebruiker overgeleverd aan een combinatie van de service van de maker van de telefoon en die van de telefoonmaatschappij waar hij dat ding gekocht heeft. De ‘gemiddelde’ Android gebruiker bestaat dus niet en is geen doelgroep. Behoudens natuurlijk voor Google voor wie elke Android gebruiker een zee van informatie oplevert.
De problematiek die ik hierboven conceptueel beschrijf maak ik duidelijk aan de hand van een voorbeeld. We nemen een Nederlander die begin van het jaar bij Vodafone een abonnement afsloot en daarbij een HTC Desire koos. Die HTC werd toen uitgeleverd met Android versie 2.1, HTC Sense interface layer en Vodafone applicatie kit. Mooie telefoon, daar niet van.
Google lanceert vervolgens in april Android 2.2. Een hele verbetering aangezien deze de Desire veel sneller maakt, beter met de batterij omgaat en een reeks nieuwe mogelijkheden biedt. Geweldig. Android 2.2 is ongeschikt voor de meeste toestellen die dan op de markt zijn, maar werkt goed op de Desire. Direct updaten is er echter niet bij, want in dit geval ben je als Vodafone abonnee afhankelijk van eerst HTC en daarna Vodafone. Pardon? Ja, echt waar.
HTC brengt de 2.2 update ‘al’ eind juli. Gebruikers van een simlock vrije Desire kunnen dan aan de slag. Vodafone abonnees moeten dan nog even wachten, aangezien daar de Vodafone 360 applicatie kit nog moet worden aangepast. Vodafone belooft deze maand met die update te komen. Een beetje vertraging is tot daar aan toe, maar bij grote organisaties valt nogal eens iets tussen wal en schip, omdat iedere afdeling zo zijn eigen taak heeft.
We schakelen even terug naar Vodafone die in januari die relatief dure en krachtige Desire verkocht heeft aan klanten die met smart op Android 2.2 zitten te wachten. De Android afdeling bij Vodafone werkt hard aan die update, terwijl een andere afdeling binnen hetzelfde bedrijf bezig is met de uitbreiding van het eigen ’360′ platform voor Android 2.1 toestellen. Laatstgenoemde afdeling is sneller en pusht de 360 update naar de Desire gebruikers. Die update leidt initieel tot grote vreugde, omdat gebruikers in de beleving zijn dat ze ‘eindelijk’ de langverwachte versie 2.2 krijgen. Groot is de teleurstelling wanneer blijkt dat het om 360 gaat en niets met Android te maken heeft. Een update die bovendien niet lekker loopt. Gebruikers blijven zitten met een instabiele telefoon, voorzien van een hele partij extra icoontjes die niet heel veel functionaliteit bieden. Vervolgens is de wereld uiteraard te klein.
Ook bijzonder was de situatie rond de originele Google telefoon: HTC G1. Deze werd amper twee jaar geleden geïntroduceerd met 2- en 3 jaars contracten. Doelgroep: innovatieve early adopters. Na een reeks kleine updates werd een jaar later al versie 1.6 geïntroduceerd. Amper vier maanden later, werden gebruikers geconfronteerd met het nieuws dat de G1 geen updates naar het reeds aangekondigde 2 of 2.2 moesten verwachten. Daar zit je dan met een telefoon die end-of-life is verklaard, maar waarvoor je nog wel acht tot twintig maanden abonnement moet betalen. Oef.
Twee voorbeelden die duidelijk maken waar het probleem met Android zit. Versies van het besturingssysteem volgen elkaar zo snel op, dat het afzetkanaal het niet bij kan benen en een reguliere gebruiker (de massa) opzadelt met een potentiële frustratie. Deze heeft namelijk geen idee van software versies of mogelijkheden, maar kijkt bij aanschaf slechts naar het toestel (‘de hardware’). Tekortkomingen worden hem vervolgens op verjaardagen uitgelegd. Zo’n reguliere gebruiker gaat het dan echt niet snappen wanneer zijn Vodafone Desire niet naar 2.2 geupdate kan worden, maar mijn bij The Phone House gekochte Desire wel.
Het probleem wordt nog erger, want komend kwartaal worden wederom talloze Android toestellen op de markt gebracht. Het meegeleverde besturingssysteem varieert van end-of-life (!) versies 1.5 en 1.6 tot en met het nieuwe 2.2. Alle telefoons hebben een merkafhankelijke interface laag en op basis van de telefoonmaatschappij waar je het toestel haalt wellicht een applicatie kit. Die toestellen staan zij aan zij in een schap, terwijl er een generatiekloof tussen de versies van het besturingssysteem, dus functionaliteit, kan zitten. Gebruikers gaan toestellen kopen die ze niet kunnen updaten naar momenteel geadverteerde Android functionaliteit, maar waaraan wel een contract voor twee of drie jaar vast zit. Op zich al een aardig mijnenveld dat in november fors vergroot wordt, wanneer Google met Android versie 3 op de markt komt. Ik kan me de discussie in de telefoonwinkel nu al voorstellen. Olala.
Als huiseigenaar heb je zo af en toe de neiging te verhuizen. Soms gedwongen door omstandigheden, soms omdat je gewoon even wat anders wil. Het is de start van een aantal boeiende processen waarin je aan de ene kant op zoek gaat naar een nieuw huis, terwijl het eigen huis (vaak) in de verkoop moet. Ik maak dat momenteel mee en heb – via eigen kanalen – reeds wat potentiële kopers voor mijn eigen huis (met winkel). Aangezien ik geen verstand heb van onroerend goed, besloot ik de verkoop via een makelaar te laten lopen. Maar welke makelaar en hoe selecteer je? Samen met mijn vrouw besloot ik eerst de kopersmarkt op te duiken. Natuurlijk om te zoeken naar wat er aan koopgoed beschikbaar is, maar ook om een indruk te krijgen van de makelaars. Kwamen wij even van een koude kermis thuis zeg. Poeh.
Natuurlijk begrijp ik dat makelaar een complex beroep is, dat vele facetten kent en dat iemand niet op elk vlak even sterk kan zijn. Wat mij echter stoort is dat het merendeel van de makelaars basale delen van hun functie niet beheersen of serieus nemen. Dat baseer ik op de ervaringen rond bezichtiging van ca. 15 tot 20 huizen tussen de 350 en 850K. Eerlijk gezegd vind ik het niet zo raar dat huizen lang te koop staan. Makelaar beheersen het proces niet waarin een klant veroverd moet worden.
Zonder man en paard te noemen, wat voorbeelden van zaken die beter moeten. Voor de achtergrond is het wellicht aardig te weten dat ik als ondernemer mijn hele leven in commerciële functies opereer, variërend van de markt (vis) tot en met grootschalige zakelijke dienstverlening (telecom, software), waarin het om contracten ter waarde van vele miljoenen gaat. Ik heb echt niet alle wijsheid in pacht en vergeet ook weleens wat, maar ik ken geen branche waar de klant zo weinig waarde heeft als in de markt van het onroerend goed.
1. Kom op tijd
Als makelaar moet je op tijd zijn. Bij onze bezoeken waren een handvol makelaars op tijd. Bij de rest moesten we tussen de 5 en 25 minuten wachten. Killing voor je business.
2. Weet wat je verkoopt
Klinkt logisch, maar blijkt in de O/G markt lastig. Drie voorbeelden:
Huis, 840K, in monumentale buurt. Makelaar wist niet of het een monument was.
Boerderij, 620K. Makelaar kon ons niet vertellen of er asbest in de schuur verwerkt was.
Woning, 550K, buitengebied. Makelaar wist niet dat buurman horecavergunning had aangevraagd.
Ondenkbaar!
3. Bel terug!
Los van basale zaken als hierboven genoemd, heb ik er begrip voor dat een makelaar niet alles uit zijn hoofd weet en zaken moet uitzoeken of nakijken. Geen probleem. Als je dan belooft terug te bellen, dan moet je dat wel doen.
4. Focus
Wil een makelaar een huis verkopen of gaat het je om de verzekering of de hypotheek? Als je een huis wil verkopen, dan moet je daar primair werk van maken. De rest is voor later of – in mijn beleving beter – voor een ander.
Dat geldt voor beide kanten. Maar let op: als een klant een tweede bezoek wil doen ivm. technisch onderzoek (of weet ik het), dan helpt het niet om daar een beperking van 45 minuten op te leggen.
7. U heeft een agenda
Wij ook. Een afspraak verzetten is dodelijk voor je business. Het kan een keer gebeuren, maar het is geen fraaie situatie. De koper komt vaak met zijn tweeën (man en vrouw) en daar moeten dus twee agenda’s op elkaar worden afstemd.
8. Bel die prospect
Waarom bewaakt een makelaar zijn klant niet? Diverse keren hebben we huizen en appartementen bekeken, waarna er telefonisch enig contact was waarin we stelden andere objecten prioriteit te geven. Waarom belt zo’n makelaar ons na 3 of 4 maanden niet op om te vragen of die andere objecten wat geworden zijn of dat we het nog eens over huis of appartement X moeten hebben.
U verkoopt een object van tonnen en denkt dat te doen met standaard (brakke) teksten en foto’s die in vijf minuten bij elkaar zijn geklikt. U bent makelaar, andere mensen verdienen hun geld met teksten en foto’s. Huur die gasten in. Echt, dat helpt. De markt is uitgekeken op uitgekauwde landelijke keukens, het ‘weids uitzicht’ en die slechte foto’s uit die point-and-click compactcamera’s.
11. Eerlijkheid is het uitgangspunt
Niet een uitzondering. Uw markt is schimmig, mensen krijgen daar jeuk van. Iedere vraag verdient een antwoord. Weet u het niet, dan schrijft u dat op en belt of mailt u dat door. Weet u het wel, dan moet u dat antwoord geven. Verdraaide foto’s op Funda helpen niet. Er zijn geen geheimen, hooguit zaken die we (kopers) nog niet weten. Maar Google is ook onze vriend, dus bouwvergunningen, gemeentelijke plannen en weet ik het, zijn binnen een half uur voor ons inzichtelijk. Geef gewoon een eerlijk antwoord op die vraag over dat weiland aan de overkant. We zijn niet achterlijk en trekken ook onze conclusie als er 6 huizen op een rij te koop staan.
12. Maar wat zoekt u wel?
We hebben diverse huizen bekeken die bij rondleiding tegenvielen. Een koper straalt dat uit en als verkoper zie je dat aan alles. Waarom niet die ene logische vraag stellen: wat zoekt u wel?
In een doorzonwijk vergaderen buurtbewoners over de toenemende onveiligheid van hun stadspark. Regelmatig worden daar homoseksuele stellen afgetuigd, vrouwen zijn er vogelvrij. De politiek roept op tot dialoog, terwijl de sterke arm zich op last van de burgemeester afzijdig houdt. Ouders maken zich zorgen, aangezien het park de plek is waar jongeren uit de buurt elkaar ontmoeten. Waar moet het naartoe met de stad en wat moet er terechtkomen van hun kinderen?
Dit is niet het verhaal van een willekeurige grote stad van nu, maar dat van Utrecht uit de jaren ’70 en ’80. Mijn Utrecht. Ik woonde in Oog in Al, toen een prachtige wijk net buiten het centrum, met grote keurig onderhouden rozenperken, afgewisseld door grasveldjes, waarop altijd werd gevoetbald. Aan de rand van de wijk traditionele winkels zoals een bakker, slager, bloemist, Vivo, sigarenwinkel, melkboer en de grote groentewinkel van mijn ouders. Ik had een zorgeloze jeugd, totdat Turkse gastarbeiders opdoken en we werden geconfronteerd met wat het gemeentebestuur aanduidde als ‘een cultuurprobleem’.
Die afwachtende politieke houding viel slecht bij de bezorgde inwoners. Waarom werd de veiligheid in dat park niet geregeld? De politie was immers wel massaal aanwezig bij thuiswedstrijden van FC Utrecht, waar het desnoods hard ingreep bij onschuldige knokpartijen. Het predikaat ‘cultuurprobleem’ wilde er niet in, aangezien de komst van talloze Surinamers jaren eerder nauwelijks tot overlast had geleid. Het zoeken van toenadering was ook geen probleem, totdat bleek dat ‘thee drinken bij de buren’ betekende dat verkrachtingen en steekpartijen moesten worden geaccepteerd als een logisch en integraal onderdeel van het ‘inburgeringsproces’.
Het schoolsysteem was niet berekend op de toestroom van die grote hoeveelheden onderontwikkelde Turken. Lesmateriaal en begeleiders ontbraken en een relaxte pragmatiek had de overhand. Het was snel geaccepteerd dat Turkse kinderen thuisbleven, zogenaamd om hun ouders ‘te helpen’. U weet wel, die ouders die wij hadden uitgenodigd om hier te komen werken en dus niet thuis waren. Die kinderen liepen derhalve langs de weg en braken uit verveling de boel af. Het bleek onmogelijk ze de Nederlandse taal te leren, dus werd het omgedraaid: Nederlandse scholieren, ook ik, kregen op de vrije woensdagmiddag verplicht Turkse les.
Eenzelfde ongelijkheid heerste in de winkelstraat. Waar een Nederlandse ondernemer legio vergunningen nodig had om een winkel te kunnen exploiteren, mochten Turkse nieuwkomers gewoon aan de slag. Het had geen zin die nieuwe ondernemers hiermee te vermoeien, aangezien ze het gesproken en geschreven Nederlands niet machtig waren. Ter bevordering van integratie werd zo een oogje dicht geknepen. Complete winkelstraten konden daarom snel worden overgenomen door (goedwillende) Turkse ondernemers, die hun waar in vreemde taal en in strijd met alle regelgeving aanprezen. Gevels werden volgehangen met verlichte reclameborden en stoepen volgezet met stellingen. Nooit werd er een gulden precariorecht afgedragen en van verplichte koelingen of een winkelsluitingswet hadden ze nog nooit gehoord. Waar de Warenwet en Gemeentecontroleur wel de Keurslager bezochten, werd de Halal vleesboer in dezelfde Kanaalstraat overgeslagen.
Met de politiek en burgemeester in slaap of Oost-Indisch doof, besloot de bevolking het zelf te regelen. Via de toen uiterst populaire 27mc zendbak werd in een weekend een burgerwacht opgericht. Iedere avond patrouilleerde deze in het park, waarbij confrontaties
met nieuwkomers niet uit de weg werden gegaan. Raddraaiers werden rigoureus het park uitgeslagen, waardoor de situatie in no-time onder controle was.
Het geschrokken stadsbestuur erkende het probleem, hekelde die burgerlijke ongehoorzaamheid, maar had nog altijd begrip voor de problemen voortkomend uit het ‘culturele verschillen’. Dit meten met twee maten, leidde uiteindelijk tot het vertrek van vele Nederlanders uit de wijk. Wij vertrokken naar de Achterhoek. Terwijl zo het ene na het andere gezin de stad ontvluchtte, draaiden in een kelder van Wim Vreeswijk, in die eerder genoemde kanaalstraat, de stencilmachines op volle toeren. Zij produceerden de posters voor wat later de Centrumpartij van Hans Janmaat zou worden. Hun boodschap zorgde niet alleen voor veel ophef in het Stadhuis, maar bepaalde snel ook de agenda in Den Haag. De gevestigde orde hekelde die nieuwe partij, maar wenste te accepteren dat deze voortkwam uit eigen falen.
Anno 2010 is de situatie niet veel anders. We hebben de Turkse Döner Kebab verruild voor de Marokkaanse Couscous, maar laten nog altijd sollen met wet- en regelgeving alsmede onze normen en waarden. Weer gaan we theedrinken. Weer zoeken we de dialoog. Weer hekelen we de botte boodschapper. Weer worden homo’s afgetuigd. Weer mag de bevolking dweilen. Blijkbaar is onze leercurve vlakker dan we met zijn allen veronderstellen.
–
Voor de helderheid: ik heb geen hekel aan Turken (sterker nog: ik winkel wekelijks met veel plezier bij ‘mijn’ Turkse Super) of gastarbeiders in zijn algemeenheid, maar wel aan linkse politici die vol goede bedoelingen de kop in het zand steken en Jan met de pet en die gehaalde gastarbeider de shit op laten ruimen.
Dat de samenleving verhardt, is geen verrassing. Ministers worden in notulen voor knettergek versleten en zonder consequentie door kamerleden voor leugenaar uitgemaakt. Marokkaanse jongeren maken binnensteden onveilig, wijten dat aan hun culturele achtergrond en politiek correct Nederland nuanceert dit met liefde op TV. Agenten worden niet langer uitgescholden, maar direct bespuugd. Anno 2010 hoort het er allemaal bij.
Niets is meer wat het lijkt. Volgens het Ministerie van Justitie is er sprake van een afnemende hoeveelheid geweld, maar ze vergeet erbij te vertellen dat dit wordt geconcludeerd op basis van aangepaste definities. Veel zaken worden niet meer meegeteld. Spectaculaire stijgingen van zware geweldsdelicten, zoals roofovervallen, worden voorts bij voorkeur genegeerd. De journalistiek lijkt niet meer over de mensen, tijd of kwaliteit te beschikken om de waarheid te achterhalen. ANP berichtgeving wordt klakkeloos overgenomen. Nooit was de tekstschrijver zo machtig.
Gezien de teneur in de samenleving vond ik ophef over de woorden van Kardinaal Simonis overtrokken. Het “Wir haben es nicht gewußt� heeft misschien een nare bijklank, maar het is voor een Nederlander niet heel vreemd om terug te vallen op een andere taal wanneer hij zijn diepste emotie probeert te uiten. In veel gevallen beschouwen we het zelfs als een kunstvorm. Neem de sportjournalistiek. Matthijs van Nieuwkerk is groot geworden met het eindeloos opbrullen van Franse one-liners ter afsluiting van zijn vlotte inhoudsloze monoloogjes.
Ook zo’n teken aan de wand voor wat betreft de tijdsgeest is de aandacht die de première van ‘Escaping Tel Aviv’ kreeg. Of beter gezegd: het gebrek daaraan. Het openingsfeestje van dit botte stukje antisemitisme werd gevierd in het bijzijn van diverse politici en hiervoor werd theater Tuschinski afgehuurd. U weet wel, de oude bioscoop van Abraham Icek Tuschinski, die samen met zijn vrouw in 1942 stierf in Auschwitz. Blijkbaar kan het verkeren, al blijf ik benieuwd naar de reactie op een versie waarin de zaak wordt omgedraaid en Egyptenaren als totaal onbetrouwbare massamoordenaars worden weggezet.
Het moet de optelsom van deze zaken zijn geweest, die me zaterdag wat weemoedig maakte. Ik was bovendien aan het klussen thuis en dat maakte mijn bui er niet beter op. Ik ben niet handig en heb gewoon een hekel aan dat gepruts met schroevendraaiers en tangen. Maar goed, soms ontkom je er niet aan om zelf wat te repareren, al doe je het maar met een pleister. Of plakband en veel hulp in mijn geval, want ik ben een Van Veen. Hoe dan ook, al klussend realiseerde ik me, dat ik bij mijn favoriete boekhandel nog even een boek moest ophalen. Met sluitingstijd nabij, stoof ik wat gehaast de deur uit. Gelukkig zit Waanders bij me om de hoek, dus binnen een minuut stiefelde ik daar in mijn klus-ensemble naar binnen. Het was druk, maar er was zowaar een balie vrij. De verkoopster wierp me een enigszins afkeurende blik toe en vroeg twijfelend wat ze voor me kon doen.
Obama moet de Israëli’s niet en dat weten ze in het Midden-Oosten. Daarom zien de Arabieren de Amerikaanse vredesinitiatieven met groot enthousiasme tegemoet. Het is altijd prettig babbelen met iemand die jouw hele verlanglijstje overneemt en dat van de andere partij door de WC spoelt. Washington stuurt aan op indirecte onderhandelingen, met eenzijdige concessies van Israël en brengt daarmee het vredesoverleg terug naar de jaren ’30.
Na zijn kopje thee met Adolf Hitler, organiseerde Neville Chamberlain in 1939 een conferentie om te praten over de creatie van een Arabische staat in de Joodse regio. Arabische vertegenwoordigers weigerden daar direct met de Joden te praten. Een Engelse gezant functioneerde daarom als doorgeefluik. De conferentie duurde ruim vijf weken en leverde geen vooruitgang op.
In 1947 probeerden de Engelsen het opnieuw. Dit maal onder leiding van Ernest Brevin, die er openlijk voor uitkwam een bloedhekel aan Joden te hebben. De Arabieren zetten hun wensen kracht bij, door te dreigen met oorlog. Volgens Arabische woordvoerders werden belangrijke zaken namelijk altijd met geweld beslecht. Weer weigerden de Arabieren direct contact. Weer was er geen overeenstemming.
Een jaar later vielen de verenigde Arabische landen aan. De Joden hielden stand en wisten hun strijd op leven en dood uiteindelijk te winnen. Tijdens de talloze ontwapeningsbesprekingen die volgden, weigerden de Arabieren vervolgens wederom direct met de Joden te praten. Weer was er sprake van een gezant en weer kwam er geen overeenstemming. Na de verloren oorlog werden de Arabieren daarom geconfronteerd met een ongemakkelijke wapenstilstand.
Zo verliep alle communicatie jarenlang indirect, zonder succes. Het was uiteindelijk Bill Clinton die daar een eind aan maakte. Direct overleg leidde onder zware druk tot het verdrag van Oslo, een grote stap op weg naar vrede. Clinton kon zijn werk niet afmaken en DoubleU had andere prioriteiten. Opvolger Obama kiest anno 2010 voor het Arabische model en zet de klok dus jaren terug.
Vice-President Joe Biden moest in de zandbak de weg vrijmaken voor indirect overleg. Dat deed hij door duidelijk te maken, dat de concessies van Israël moeten komen en dat hij inzet op indirect overleg. Daarna mocht Hillary Clinton nog een paar handen zand richting de Israëli’s gooien door te dreigen met economische maatregelen. Vervolgens plande Obama’s elite team de reisjes naar het Midden-Oosten. Een goed begin was het halve werk, zo moeten ze gedacht hebben.
De Israëli’s waren niet onder de indruk, maar besloten dit keer niet een handje zand terug te gooien naar hun kleuteroppas, maar direct over te gaan tot het vertrappen van zandkastelen. De dag dat Biden aankwam in het Midden-Oosten, kondigden de Israëli’s aan 1600 huizen bij te bouwen in Ramat Shlomo, een ultra-Orthodoxe Joodse wijk in Oost-Jerusalem. Niet 500 of 1000, maar 1600. Obama’s huisnummer. Dat is geen toeval. Je kunt je de beslissing gewoon voorstellen. Netanyahu, zittend op zijn veranda, op de West-Bank, in een dorpje gelegen in de schaduw van de grafheuvel van Koning Herod, lurkend aan zijn verst geperste sap van een granaatappel: “Als dat hem niet aan het denken zet, dan hernoemen we wijk gewoon Ramat Chicago.�
Teleurgesteld sta ik in een speciaalzaak in die mooie Zwolse Diezerstraat. In mijn handen een prijzige loodzware Espresso machine, die er binnen twee weken na aanschaf mee op is gehouden. Voor me een verkoper die me eerder op de dag telefonisch adviseerde met het apparaat langs te komen, maar nu na enig denkwerk tot een andere oplossing komt. Er zit garantie op, maar dan moet ik de machine zelf even naar het het industrieterrein brengen. Aangezien ik er als klant weinig mee te maken heb hoe zo’n winkel zijn uitgaande post verzorgt, vraag ik de verkoper of hij snapt wat hij daarmee zegt. Blijkbaar niet, want hij geeft mij het adres van een depot op Marslanden. Zo verlaat een ontevreden klant pand, onder mijn arm ruim tien kilo Italiaans gietijzer.
In beide gevallen heb ik formeel geklaagd. Van de Espressomachineboer heb ik niets gehoord, terwijl de restauranthouder het hele incident ontkent. Onbegrijpelijk. Het zijn twee praktijkervaringen die me duidelijk maken dat service in onze samenleving een nieuw dieptepunt heeft bereikt. Als klant moet je het je allemaal maar laten welgevallen. Kwestie van betalen en oprotten. Althans, dat lijkt de gedachte achter dit gekozen business model. Op internet lees ik inmiddels meer klachten over beide firma’s en dat stemt tot tevredenheid. Dat betekent namelijk dat klanten wegblijven en dat lost het probleem vanzelf op.
Gelukkig zijn er ook nog ondernemers die het wel begrijpen. Özen bijvoorbeeld, gevestigd aan de Thomas à Kempisstraat. In deze Turkse buurtsuper speur ik naar Iraanse thee, bij voorkeur met kardemom. Na enige minuten zoeken, krijg ik ongevraagd assistentie van een winkelbediende. Hij werkt er nog maar net en weet niet alles te vinden, maar hij gaat het voor me regelen. Terwijl ik op mijn gemak de rest van mijn boodschappen verzamel, spit de jonge knul het hele koffie – en theeschap door op zoek naar mijn thee. Hij vindt het niet en vraagt hulp aan de baas. Die komt direct toelopen, pakt een doos Iraanse thee en geeft deze aan de jonge medewerker, die hem op zijn beurt door wil geven aan mij. Voordat ik hem kan aanpakken, vraagt de baas aan de knul of hij gecontroleerd heeft of het daadwerkelijk Iraanse thee met kardemom is, zoals ik heb gevraagd. Ah, dat blijkt niet het geval. Terwijl de jongen enigszins verbouwereerd de doos terug zet in het schap, staat de baas klaar met andere thee. Met enige terughoudendheid pakt de jongste bediende de zak aan, waarna hij minutieus de etiketten begint te lezen. Ja, kardemom! Ik zie de opluchting in zijn ogen op het moment dat hij me de thee overhandigt. Op weg naar de kassa bedankt de ondernemer me voor mijn geduld: “Altijd lastige situaties, maar anders leren ze het nooit.â€? Zo is het maar net en daar kan menig ondernemer een voorbeeld aan nemen.
“Zwolle kunnen we beter naar achteren schuiven. Daar doen ze altijd zo moeilijk.� Aan het woord is een expansiemanager van een Amerikaanse winkelketen die in Nederland op zoek is naar locaties. De organisatie gaat een innovatief concept in de markt zetten, waarin (draadloze) netwerkverbindingen en vernieuwend betaalverkeer een grote rol gaan spelen. Reden om in een vroeg stadium de beoogd netwerkleverancier mee te laten denken over de Nederlandse versie van het winkelconcept. Dat bracht mij aan tafel en eenmaal geconfronteerd met de zeer exotische plannen, stelde ik voor om de eerste vestiging in Zwolle te openen. Daarmee zitten ze dicht bij ons hoofdkantoor, waardoor de ondersteuning op de innovatieve betaaldiensten maximaal is. Zwolle voldeed ook aan de uitgangspunten van de organisatie en was als potentiële vestigingsplaats opgenomen op de shortlist. Kat in het bakkie, dacht ik. Kon niet anders. Poeh, kwam ik daar even van een koude kermis thuis. Zwolle werd het niet, omwille van halsstarrige besluitvorming. Ik citeer nog maar eens de manager: “Als je een dergelijke winkel in Zwolle wil openen, dan ben je ruim tien jaar verder en ga je 2012-2014 niet halen.�
Enigszins beteuterd en licht gestoken besprak ik via e-mail en twitter de situatie met een aantal Zwolse raadsleden. Hun reactie was betrokken, doch politiek correct: ergens was het herkenbaar, maar ergens ook niet. Om incidentenpolitiek te voorkomen besloot ik te bellen met de verantwoordelijken van die tientallen winkelketens die we bedienen: Hoe moeilijk is Zwolle nu echt?
Zo. Nou. Poeh. Van diverse ketens ontving ik negatieve reacties, waarvan zeven zeer negatief. De communicatie die gedeeld werd, loog er niet om. Persoonlijke voorkeuren van bewindslieden, cirkelredenaties en vage bestemmingsplannen houden sommige winkelketens al ruim 15 jaar weg uit Zwolle. Zeer vreemd. Zeker wanneer je die informatie legt naast de reactie van politiek en bestuur naar aanleiding van het besluit van Wärtsilä om in Zwolle 120 banen te schrappen. In een persbericht betreuren Burgemeester en Wethouders het gemis van die arbeidsplaatsen. Hoeveel boter heb je als bestuurder dan op je hoofd als je met hetzelfde gemak honderden banen al jaren tegenhoudt? Praten lijkt belangrijker te zijn dan handelen.
Eenzelfde gevoel hield ik over aan het gebeuren rond Haïti. Een grote ramp trof het land op 12 januari en Nederland was er snel bij. Met de mond dan. Er was geld nodig. Er werd gesproken over teams met honden en chirurgen. Giro 555 moest media breed de lucht in, zodat politiek, bekende Nederlanders en bedrijfsleven zich over de lijken van 150.000 slachtoffers van hun beste kant konden laten zien. Ook het Koningshuis werkte mee aan de inzameling. Tijdens die landelijke uitzending op 21 januari bereikte het praten over Haiti haar hoogtepunt. De omroepen toonden de meest verschrikkelijke beelden van hulpverleners die zich een weg groeven door de puinhopen, maar de waarheid vertelden ze niet: bij zo’n ramp telt iedere seconde. Hoe langer hulp uitblijft, des te kleiner kans op overleven is. Negen dagen na de ramp, waren we in Nederland nog altijd aan het praten.
Maar die hulpverleners dan die daar tijdens Media 555 zo prominent aan het graven waren? Nou, die kwamen – ondanks suggestie – niet uit Nederland. Ook niet uit de directe regio van Haïti trouwens. Ze kwamen uit een land dat begrijpt hoe kritisch tijd op zo’n moment is en waar de regering na het bekend worden van de ramp daarom snel opdracht gaf tot onorthodoxe en onbureaucratische hulpverlening. De eerste zestien bergers en reddingsdeskundigen kwamen daarom dezelfde dag al aan, rap gevolgd door ingenieurs, artsen en vijftig soldaten met honden. Waar Nederland aan het discussiëren sloeg over landingsrechten en onkosten, stuurde dat land zonder geneuzel twee Boeing 747’s met hulpgoederen, 220 hulpverleners en een compleet veldhospitaal inclusief kinderafdeling, apotheek, radiologie, operatiekamers en een verloskamer. Op 15 januari arriveerden onze eerste hulpverleners ‘al’ ter plaatse, hetgeen bijna live werd uitgezonden. Nederland als redder van de wereld. Terwijl onze hulpverleners zich gingen oriënteren, was het andere kleine landje al twee dagen aan het puinruimen en opereren. Ze richtten bovendien hun satellietnetwerk anders in, waardoor gespecialiseerde artsen thuis de in het rampgebied gemaakte foto’s konden beoordelen. Dat ad hoc gestuurde hospitaal hielp duizenden mensen, verrichte honderden operaties, waarvan bijna 400 levensreddend. Zestien babies werden in de mobiele verloskamer te wereld gebracht. Terwijl Nederland druk deed over de ‘maar liefst’ 41 miljoen euro die werd opgehaald, eerde een jonge moeder haar ingevlogen redders. Haar kind noemde ze ‘Israël’.
– Verschenen in de Groote Klok van eind januari, geschreven net na de uitzending van 21 januari.
De cijfers van het Israëlische veldhospitaal zijn later bij gewerkt.
Ja, want dat wordt het. Een heel onsmakelijk jaar. Vol politici met rare uitspraken en gênante activiteiten. Allemaal om ons vertrouwen te winnen. Als ik er aan denk, dan word ik al onpasselijk en niet zo’n beetje ook.
Zeker is dat we in maart gemeenteraadsverkiezingen hebben. Dat betekent dus dat we ruim twee maanden opgezadeld zitten met lokale politici en hun geldingsdrang. Alles om hun onzichtbaarheid en loze beloften van de afgelopen vier jaar te maskeren. Lokale kranten en websites worden overspoeld met persberichten van ludieke acties waar ‘toevallig’ een politicus bij betrokken is. In winkelcentra duiken kraampjes op met stijve horken en dito boodschap. En vanzelfsprekend wordt ook de carnavalsoptocht dit jaar door die gasten gebruikt om te laten zien hoe menselijk ze eigenlijk zijn. Toen de buit na de vorige verkiezingen binnen was, vonden ze deelname niet meer belangrijk, maar nu moet het weer gebeuren en dus duiken ze weer op. Zijn ze er ook nog van overtuigd dat wij het niet merken. Sneu eigenlijk. Brrr, waar is mijn teiltje?
Echt afstotend wordt het op landelijk niveau. De strategische geniën van het CDA hebben alles voorbereid voor de kabinetscrisis die ze de PvdA laten veroorzaken. Waar de horde van Wouter Bos nog wekelijks marktaandeel inlevert, heeft het CDA de afkalving inmiddels onder controle. En terwijl de PvdA intern al maanden een harde stammenstrijd voert, zijn de Christen-democraten met oog op de toekomst vast lekker aangeschurkt tegen de Liberalen van Pechtold en Rutte. Het CDA heeft de PvdA letterlijk bij de keel en gaat de komende confrontaties over Afghanistan en het Begrotingstekort de pijp langzaam dichtknijpen tot het punt waar Bos niets anders kan dan de stekker eruit te trekken. Dat gebeurt voor eind februari over Uruzgan, waarna we dus ook voor de Tweede Kamer geconfronteerd worden met de meest stuitende situaties.
Meer dan ooit worden de landelijke verkiezingen van 2010 gedomineerd door de nieuwe media, met een logische uitbreiding naar de TV. Denk vage websites, reality soaps en krankzinnige shows rond (kandidaat) kamerleden. Je kunt in 2010 geen tv zender kiezen, of er komt een politicus voorbij.
Mariette Hamer gaat samen met Van Geel bij Spuiten en Slikken via hallucinaties veroorzakende drugs op zoek naar invalshoeken die zorgen voor meer draagvlak bij de jeugd. Rouvoet drinkt samen met Wilders in Israël onder begeleiding van het gelegenheidsduo Knevel en Boomsma met ontbloot bovenlijf thee bij de heilige maagd Maria. Mark Rutte kijkt jaloers toe. Maxime Verhagen moet een week zonder zijn mobiele telefoon en Twitter zien te overleven in een auto zonder chauffeur, terwijl Pechtold in AstroTime nieuwe inspiratie opdoet. Wouter Bos en Agnes Kant volgen bij Patricia Paay en Patty Brard een cursus ‘vragen om aandacht’, terwijl Arend Jan Boekestijn oranjebitter leert maken tijdens Chinees Nieuwjaar. Femke Halsema schuift eerst met de tweeling op de arm aan bij Irene Moors en Carlo Boszhardt om daar te vertellen dat het als werkende vrouw allemaal niet eenvoudig is, over vervolgens in Top Gear op te duiken met haar Gestapo Cruiser. Vol afgrijzen maak ik me op voor het debat tussen Pechtold en Wilders over de kopvoddentax in relatie tot de badmuts. Braakneigingen heb ik. Nu al. In combinatie met de lopende rechtszaken krijgt Wilders zoveel zendtijd, dat je hem als testbeeld kunt gebruiken om de kleuren van je TV op af te stemmen.
Politieke televisie in 2010, ik moet er echt niet aan denken. Tenzij ik het natuurlijk combineer met dat goede voornemen om dit jaar echt eens even een paar kilo af te vallen.
December. Ik hoop dat u aan uw plicht heeft voldaan en geld heeft laten rollen! Dat is nodig om 2009 nog een beetje dragelijk te maken voor de winkelier. De wat? U weet wel: dat geheel van kassa’s en winkelmeisjes, die motor van de economie.
De retail is een beetje het vergeten slachtoffer van de bankchaos. Eerst zorgde de paniek ervoor dat u en ik de hand op de knip hielden. Daarna trok de overheid de kop uit het zand om ons met rare belastingmaatregelen en een dreigende kilometerheffing te vermoeien. Tot slot maakten banken een einde aan het jarenlange achterkamertjesoverleg over hun betaalproduct PIN: het is ter ziele en wordt versneld vervangen door EMV. De optelsom kost mening winkelier volgend jaar de nek.
Het buitenland dook in het gat. Met name de Roemenen en de Amerikanen. Eerstgenoemden doken op de hopeloos achtergebleven beveiliging van PIN en ontwikkelden in rap tempo een aantal illegale businessmodellen, die banken honderden miljoenen euro’s hebben gekost. De Amerikanen bedachten de nieuwe wereldstandaard in digitaal betalen. EMV heet het en dat staat voor Europay MasterCard Visa. Laat u geen zand in de ogen strooien door die E: Europay is onderdeel van Mastercard.
EMV heeft een groot aantal voordelen ten opzichte van PIN, maar is duurder. Het werkt met een chip in plaats van een magneetstrip. We halen geen pas meer door een gleuf, maar stoppen hem ergens in. Lijkt inderdaad op die andere door stammenstrijd verkwanselde Nederlandse vinding: Chipknip. De hoeveelheid informatie die EMV bij een transactie verstuurt, is enorm vergeleken bij PIN. Het verwerkingsmodel erachter is complex. EMV is daardoor aanzienlijk duurder en dat gaat een winkelier voelen in de kosten die hij per transactie betaalt aan zijn bank. Over de eerste twee jaar is hierover een afspraak gemaakt: banken handhaven de huidige tariefstructuur en berekenen derhalve 5.5 cent per transactie. Daarna worden tarieven aangepast aan de werkelijke kosten. Iedere bankman die ik dit hoor uitleggen, suggereert dat betalen dan goedkoper wordt, maar kan geen garanties geven. We weten allemaal wat dit betekent en zien nu al uit naar de TV spotjes die in 2011 gaan vertellen dat het logisch is dat betalen duurder wordt.
In de tussentijd vieren wij december 2009. Dat doen we aan de hand van winkeliers die de meest wilde acties hebben bedacht om ons tot koop te inspireren. Een gigant in mobiele telefoons geeft bij het afsluiten van een nieuw abonnement niet alleen een telefoon cadeau, maar ook twee kaartjes voor een popconcert van een wereldster. Bij een luxere parfumerie maakt u kans op compleet verzorgde beauty-reizen. De bakker geeft bij aankoop van kerstzoetigheid DVD’s weg en bij een kledingketen kunt u een reis naar het huis van de Kerstman in Lapland winnen. De mooiste typering van het tijdsbeeld vinden we echter in de betere kiosk. Daar hebben de naar aandacht hunkerende Patricia Paay en Hennie Huisman elkaar gevonden. Zij trekt als 60 jarige nog eenmaal alles uit voor Playboy Magazine, terwijl hij er als de kippen bij was om op de voorpagina van een groot dagblad te verkondigen hoe zeer hij uitkeek naar dat tijdschrift. Als vertegenwoordiger van een grootmacht in betaalverkeer, kan ik me geen toepasselijker afscheid van PIN voorstellen, dan Hennie Huisman die met stramme kabouter en zwetende vingers nog eenmaal zijn pas door gleuf jast om dat magazine af te rekenen en daarmee die zo geplaagde winkelier het hart onder de riem steekt.
Een modemerk en sinds deze week dus ook jouw (stevig gemodereerde) online opiniepagina, een site voor ‘progressief, positief en betrokken’ Nederland. Joop.nl wordt gemaakt door subsidiehuis VARA!, is het geesteskind van Van Jole en moet de concurrentie aan met privaat gefinancierde publicaties als GeenStijl en Elsevier.
In zijn openingswoord zet Van Jole de toon voor Joop: langdradig, traag en ontdaan van alle emotie. Joop is een klinische site vol links naar zaken die voor de doelgroep van belang zijn. Of zo. Af en toe mag een aangesteld scribent Opiniemaker de boel opfrissen met een slaapverwekkendewollige column of excuses maken voor gemiste kansenverkwanseld subsidiegeld. Enfin, da’s jouw online opiniepagina.
Van Jole noemt Joop een mooie vriendelijke oer-Hollandse naam. Die mening deel ik. Het was de naam van mijn opa, een begenadigd en gedreven schoenmaker. Een vakidioot die geen pijn wilde kennen. Een man ook met een oorlogsverleden, getuige de persoonlijke brieven van Prinz Bernard. Mijn Joop was een echte arbeider, op en top socialist, een PvdA stemmer in hart en nieren. Hij had een pleuris hekel aan het links lullen en rechts vullen van types als Marcel van Dam. Zijn wereld ging op zijn kop na de bungalow fraude van zijn (toen ex) held Joop den Uyl. Gladdekkers vond hij ze.
Mijn Joop spelde de krant. Iedere dag. Als hij nu nog leefde, dan was hij 100% doelgroep voor Van Jole cs. Toch zou hij de site niet bezoeken. Mijn Joop had namelijk oog voor oprechtheid en zou daarom altijd de eerlijke kwalitatief goeie linkse azijn van Sargasso verkiezen boven de trage schijnheiligheid van jouw online opiniepagina.
Royalty.nl is mijn (Roy van Veen) persoonlijke weblog en bevat niets anders dan mijn mening, dus niet die van organisaties waar ik bij betrokken ben. Ik doe iets met verbindingen, betaalverkeer en private networking bij retailspecialist Zoranet (onderdeel van EspritXB en Detron ICT en Telecom), een klein beetje met fotografie en tekst bij Theatre of the Mind en wat management consulting met Casino Boogie. Heb door de jaren heen genoeg (vaak) lelijke beeldjes, kraaltjes en spiegels ontvangen voor mijn werk en werd in 2007 uitgeroepen tot meest fatsoenlijke ondernemer. Nee maar! Bij mijn examen dat leidde tot mijn oldschool typediploma (begin jaren '80 van die vorige eeuw) typte ik een klas Schoevers typegeiten eruit. Nuttelozer kan ik de feiten niet maken.