1999: de e-commerce connector

Reacties uitgeschakeld voor 1999: de e-commerce connector
mei 19th, 2015 Permalink

Connecting

Hij was nog geen 20 en studeerde ICT. In de avonduren bouwde hij voor een handelshuis in Utrecht aan iets dat een ERP omgeving zou worden. 9 medewerkers werkten dagelijks met zijn maatwerk-applicatie en de opdrachtgever was redelijk tevreden. Zelf wist ie dat het programma nooit bedoeld was voor meer dan 5 gebruikers en dat de structuur en technologie daardoor niet helemaal aansloot bij de ambities van de groothandel. Maar zolang niemand klaagde en facturen betaald werden, vond hij het allemaal prima.

In de jaren ’90 ging de groothandel online. Een webshop volgde voor de eeuwwisseling. De ERP applicatie moest plots communiceren met de boze buitenwereld. Daar was nooit rekening mee gehouden. Hij adviseerde het handelshuis om een op webtechnologie gespecialiseerd softwarehuis in te huren voor de webshop. Zelf bedacht hij een houtje/touwtje import/export mogelijkheid voor zijn software, zodat zijn webshop in ieder geval met zijn database kon communiceren.

Hij noemde het de ‘E-commerce connector’. Sexy naam voor een pragmatische maar weinig sjieke workaround. Maar het werkte. Het stukje software verbond de webshop met zijn ERP omgeving en dus waren voorraadinformatie en specifieke kortingsafspraken beschikbaar voor de internetklant.

De groothandel vond een investeerder en verdubbelde in drie maanden het aantal medewerkers. Een marketingcampagne drukte de shop stevig het kanaal in en de omzet vloog omhoog. De ERP software kraakte, maar bleef met kunst en vliegwerk overeind. De maker trok regelmatig een nachtje door om problemen op te lossen en begon dagen op school te missen.

De directie van de groothandel roemde de software en vooral de maker. Ze vond het een genie. De jonge ICT student werd gek gemaakt en begon te geloven in zijn eigen heiligdom. Workarounds en tijdelijke pragmatische oplossingen werden vergeten en zijn ‘E-commerce connector’ was de beste uitvinding sinds het gesneden brood. Kritische reacties van het voor de webshop verantwoordelijke softwarehuis werden genegeerd.

Onder druk van de directie verkoos de student een eigen bedrijf boven de studie. Hij huurde een junior medewerker in en nam zijn intrek op de ICT afdeling van de groothandel. Werken aan de applicatie was niet langer nachtwerk, maar gewoon een eigen bedrijf. En hij werd riant betaald. Dat kon niet beter.

Toch wel. Op het hoogtepunt van de internetbubble dook via de groothandel een buitenlandse investeerder op. Het was pré-Worldoline en er leek geen vuiltje aan de lucht. Een deal was rap beklonken. De investeerder had geen verstand van software, maar zou de ‘E-commerce connector’ desondanks tot een wereldwijd succes maken. Dat die ‘connector’ niet meer was dan broddelwerk op een gesloten database met wereldwijd één gebruiker leek aan die investeerder voorbij te gaan. De sky was de limit, zo oreerde het ‘genie’ op het feestje ter ere van de investering.

De nieuwe ICT onderneming groeide in een maand naar zeven mensen en betrok een luxe kantoorgebouw in de binnenstad van Nijmegen. De oude applicatie zou opnieuw gebouwd worden, zodat ie beter schaalbaar was en goed met internet om kon gaan. Ter voorbereiding op de enorme groei werd het kantoorgebouw vol gezet met designer-bureaus en de nieuwste computers.

Voor het pand pronkte de nieuwe felgele Lotus Elise van de founder/CEO. De medewerkers in het nieuwe bedrijf wisselden tafelvoetbal af met het spelen van arcade games. Tussendoor werd zo af en toe geprogrammeerd. ’s Avonds aten ze pizza en dronken ze een biertje of drie, vier cq. een krat. Eén medewerker vierde gedurende een weekend zijn verjaardag in de kantine van zijn werkgever. Tientallen mensen kwamen af op het feestje met live muziek. Koeriers reden af en aan met drank, pizza en snacks. De rekening was voor de investeerder die het allemaal prima leek te vinden.

Het bedrijf had natuurlijk nog die ene betalende klant, maar daar ging het mis. Een servercrash legde de groothandel plat. De directie was initieel teleurgesteld, maar raakte buiten zinnen toen bleek dat de startup de applicatie niet meer aan de gang kreeg nadat de hardware gerepareerd was. Het genie wist het ook niet meer en verliet na twee dagen klooien teleurgesteld het pand. Hij ging op vakantie, want daar was hij namelijk wel aan toe.

Het haastig opgetrommelde internetsoftwarehuis loste het probleem uiteindelijk op. Eerst via een botte hack: de ‘E-commerce connector’ werd gepasseerd en de webshop werd direct op de interne database gekoppeld. Niet de fraaiste en veiligste oplossing, maar de groothandel was in ieder geval online. Binnen een maand werd een oplossing geïntroduceerd die de connector permanent verving. De directie telde haar knopen en besloot de verouderde software in zijn geheel te vervangen door iets nieuws. Hun gevallen held vernam het nieuws op zijn vakantie-adres.

Uit zijn reactie richting directie begreep ik dat het ‘genie’ dit een goede ontwikkeling vond, omdat hij nu niet meer vast zat aan ‘die zeikerds’ en zijn bedrijf zich eindelijk echt kon toeleggen op het upgraden van de code en de ontwikkeling van ‘E-commerce connector 2.0’.

Eenmaal terug in Nederland ging het snel. De internetbubble plofte en de één na de andere hoogvlieger ging failliet. Het ‘genie’ was zijn enige betalende klant kwijt en de maandelijkse kosten waren torenhoog. Liquiditeitsproblemen bij zijn investeerder maakten dat maandelijkse tekorten slechts heel beperkt of zelfs niet meer werden aangevuld. Delen van het pand werden onderverhuurd en inventaris verkocht. Tot grote frustratie van het ‘genie’ moest ook de Elise het veld ruimen. Nog geen drie maanden later sloot hij de tent. Zijn laatste medewerker was toen al een maand of wat vertrokken. De code was nooit bijgewerkt en de ‘E-commerce connector 2.0’ bestond in het beste geval slechts op papier of in een rapportage naar de investeerder.

Meer Ondernemen:

– Allemaal peanuts.

Comments are closed.