Daar stond ie dan. Nog één keer onderdeel van het team waarmee hij de afgelopen vier jaar hard had gewerkt. Wilde jaren. Een rollercoaster noemde hij het zelf. Er waren mooie woorden en bloemen. Er was een nieuwe uitdaging met Japanners en Adidas-meisjes. Zijn woord van dank was optimistisch en vol zelfspot. De moegestreden maar altijd optimistische strijder nam met pijn in zijn hart afscheid. Hij was eerlijk en vond het goed zo.

Mijn gedachten gingen terug naar die dag ergens in oktober. Of was het november? Ik maakte hem voor het eerst operationeel mee in een budgetvergadering bij Ziggo. We waren met een man of tien en die vergadering liep gruwelijk uit. Teveel noten, te weinig -krakers. We sloten af met een biertje en een vage ongezonde rijst-hap. Toen naar huis.

Als gebruikelijk zette ik mijn tas in mijn kofferbak. Ik gooide het deksel dicht en hoorde de auto op slot gaan. Hey, dat was niet de bedoeling. Mijn keyless-drive-sensor-dinges zat in mijn tas en theoretisch kon die auto niet op slot, tenzij ik hem van binnen afsloot. Theoretisch dus, want nu stond ik om tien uur ’s avonds op een verlaten industrieterrein in Utrecht bij een afgesloten auto. Terwijl ik als telecommer de ironie van een weigerende telecom-oplossing (RFID) inzag en puzzelde over dit probleem, reden mijn collega’s achter me weg. Wat nu?

De Bikkel was er nog en stopte bij m’n auto. Uit zichzelf: “Van Veen, wat is er met die bak aan de hand?” Ik legde het probleem uit. Een frons, een lach: “Joh, stap in. Ik breng je even naar huis.” Dat vond ik tof aangeboden, maar niet een handig idee. Ik woon immers niet om de hoek. Die mogelijkheid realiseerde hij zich ook, want hij vroeg waar thuis was: “Zwolle.” Zijn gezicht vertrok, want hij woonde een heel eind aan de andere kant van Utrecht, maar verbaal bleef hij cool: “Geen punt, stap in.”Een seconde overwoog ik het, maar koos toch voor de trein. Hij had een lange dag achter de rug en ik vond het niet een goed idee om hem een uur richting Zwolle te laten rijden en vervolgens in zijn eentje nog anderhalf uur de andere kant op. De trein dus. Maar als ik was ingestapt, dan had hij me weggebracht. Gewoon omdat ik een collega was.

En nu was hij er voor het laatst. Een rare gewaarwording. Optimistisch en vol branie tot het bittere eind. Mooi om mee te maken. Leerzaam ook. Het zijn types die je niet dagelijks ziet, maar wel degelijk mist. Dergelijke Bikkels gaan voorop in de strijd en als het even tegen zit, dan helpen ze dweilen. En daar hoef je niet om te vragen.