Yucca

Drie van m’n kamerplanten heb ik al ruim 25 jaar. We deelden lief en leed. Lachten en huilden samen. Ze reisden met me mee van Aalten via Enschede naar Zwolle. Ze overleefden m’n studieperiode, al m’n eigen bedrijven en maakten m’n huwelijk en geboorte van m’n dochter mee. Toen ik klein huisde woonden ze in de warme maanden op het balkon. Daar hadden ze het mooiste uitzicht van Zwolle en weinig reden tot klagen. Eén van die planten, een Yucca volgens Joyce op Facebook, was uit haar pot aan het groeien en dreigde om te vallen.

Tijd voor een upgrade. Ik nam de maten van de oude pot (40 hoog, 35 diameter) en toog richting tuincentrum. Niet een handige beslissing aangezien het weekend 17-20 graden zou worden en het tuincentrum vol was met mensen zwanger van hun lentekriebels. Daar kwam ik uiteraard pas in de parkeergarage achter: “Jezus wat is het hier vol.” Of druk om het politiek correct te houden.

Het plan was simpel: snel de auto neergooien, naar binnen rennen, één grote mand pakken en weer wieberen. Kind kan de was doen, want laten we eerlijk zijn: het gaat zo’n plant om het gezelschap, haar natje en droogje en niet om de pot waar ze wortel in schiet. Zoveel heb ik in de afgelopen 25 jaar dan wel geleerd.

Het mooie weer leek het tuincentrum te hebben overvallen. Er werd nog stevig gebouwd aan de lentekriebelcollectie. Diverse afdelingen werden nog ingericht en veel bloemen waren nog groen met hier en daar een knop … zoals die mooie hangplanten. Prachtig! Ik pakte er twee voor bij de voordeur en wandelde richting de afdeling ‘rietgedekte woningen voor je Yucca’. Oh, mooie violen. Misschien toch even een karretje pakken? Ik wandelde terug, maar had geen muntje bij me en trof een melee aan bij de infobalie. Hoog kinderwagengehalte. Brrrrr. Volgende keer beter. Die violen liet ik staan, maar de hangplanten gingen mee. Net als die rieten mand (55 hoog, 50 diameter). Ach, één zo’n mand violen kon ik ook nog wel dragen. Oren in m’n nek en door naar de kassa. Net als een Ikea maakt zo’n tuincentrum me niet gek met die doolhofopstelling van ze: vroeger genoeg Pacman en Ladybug gespeeld om daar behendig mee om te kunnen gaan.

Ik verliet het eerste buitengedeelte, omzeilde een dubbende huisvader en ontweek verderop een kletsend stel. Of waren ze aan het discussiëren? Oh, da’s een mooie Dutch Design pot. Zouden ze die ook in 50cm hebben? En in rood? Yes! Toevoegen aan de collectie en door naar die kassa. Die mand bracht ik natuurlijk niet terug. Ik moest er niet aan denken om met die volle armen die halve winkel terug te moeten lopen. Dat ding komt altijd wel een keer van pas. Voor die tien euro.

Zo zeilde ik met een grote pot en die joekel van een rieten mand, twee hangplanten en een pot violen door een tuincentrum. Het moet een raar beeld geweest zijn, want drie winkelmedewerkers boden aan om een kar voor me te halen. Daar hebben wij mannen natuurlijk geen behoefte aan, want we gaan in een volle winkel tussen pratende en ruziënde stelletjes niet op een kar staan wachten. Dan behelpen we ons liever.

Behendig maneuvreerde ik door de afdeling diervoeding. Daarna tuingereedschap, gevolgd door aardewerk. Daar kun je binnendoor naar de kassa. Maar niet met twee van die grote dingen onder je armen. Terug naar het gereedschap, dan kunstnijverheid om via de kamerplanten terecht te komen tussen de kinderen bij de afdeling kinderspeelgoed. Ahhhhhhhhh.

Afrekenen en wegwezen …. Niet dus. De scanner las de barcode op de rieten mand niet. Het manueel inkloppen van het nummer werkte ook niet. “Hier moet ik even over bellen hoor.” Ik legde uit dat die mand 10 euro moest kosten, maar dat had geen effect: “Nee, ik moet hem scannen, want anders klopt de voorraad niet.” Daar had ik beeld bij, dus ik legde me neer bij de situatie. Samen met de kassajuffrouw wachtte ik op de collega. Dat heeft hooguit een paar minuten geduurd, maar in de drukte en warmte voelt dat snel als een uur. De collega bracht uitkomst met een boek vol stickers. BLIEP! “Euro 9,95. Komt dat overeen met wat u in uw gedachte heeft?” Nee, het leek me niet goed om mijn gedachten van dat moment te delen. Ik wenste hen een fijn weekend en snelde naar huis.

Daar tilde ik m’n grote Yucca innig omhelzend in haar nieuwe rode verblijf. Ze kraaide het uit van plezier en deelde wat plaagstootjes uit door liefelijk met haar bladeren in m’n ogen te prikken. De deugniet!