voer

Ruim een half jaar geleden verhuisden we met Zoranet van een nieuw zielloos kantoorgebouw op een industriekwartier in Zwolle naar een ruim 100 jaar oud en nog altijd actief Klooster gelegen tegen de binnenstad van die mooie hanzestad. In het oude pand waren we intern al een keer verhuisd, maar was nu echt te klein geworden. Het Klooster bood uitkomst. Een zeer bijzondere locatie: inspirerend en rustgevend. En we hebben gave buren: leden van de Orde van de Dominicanen. Na een maand of zes zijn we zo’n beetje gesetteld. We weten min of meer alles te vinden en genieten dagelijks van de tuinen en de kerkklokken. Dan slaat de bliksem in.

Ik hoorde de nachtelijke inslag. Feitelijk een understatement: ik zat rechtop in bed. Twitter vertelde me dat het ergens in Assendorp was en ik vreesde een inslag in het Klooster. Aankledend controleerde ik op afstand wat ik kon controleren: alles zag er min of meer goed uit. Mijn gedachten gingen uit naar de bewoners. Het voelde niet goed.

Een paar minuten later stond ik in de donkere Kloostertuin. Via Twitter had ik inmiddels begrepen dat de inslag een halve wijk verderop was. Het Klooster was niet direct getroffen, maar had wel het nodige meegekregen. Een installatie vertelde me dat het pand stroomproblemen had. De elektrische schuifdeur bevestigde dat: die werkte niet. De noodverlichting brandde wel en mijn iPhone vond het Zoranet WiFi netwerk. Iets was getroffen, maar het meeste leek gewoon te werken. De bewoners sliepen, ook een rustgevend idee. Een korte maar hevige plens/hagelbui spoorde me aan om huiswaarts te gaan en de situatie te parkeren tot de volgende dag. Ik had ook geen idee waar ik in de nacht in zo’n pand moest beginnen. In de auto kreeg ik een mail van een collega die terugkwam van een feestje uit Raalte: als ze kon helpen, dan wist ik haar te vinden.

Zondag begon met een serie belletjes, smsjes en mails: wie gaat wat doen en wat was er reeds in het klooster gebeurd? Een aantal stroomproblemen was door de bewoners en concierge verholpen, maar ook zij konden niet alles vinden. Het is een groot pand met veel stroominstallaties. We maakten wat afspraken en ik vertrok die kant op, terwijl diverse collega’s standby bleven.

In het Klooster werkte het meeste zoals bedacht. Onze servers en netwerkapparatuur staan sowieso in datacenters en niet in het Klooster. Laten we wel even reëel blijven: Zoranet is de cloud, dus we hebben weinig op kantoor. De stroomuitval had echter het leven genomen van een lokale VoIP switch. Emiel en Edwin, Zora’s twee en drie, kwamen die vervangen. Met elkaar aten we tussendoor Chinees van de Lange Kok. Dat was een beetje als vroeger.

Amper tien jaar terug waren we met een handvol mensen en zaten in een pand dat ons prima paste, maar waar we ook niet alles wisten te vinden. Er is wel een verschil: als startup hadden we toen geen reserve apparatuur. Als er iets uitviel moesten de techneuten altijd creatief worden. Niet zelden werden er machines gekannibaliseerd om de boel weer online te brengen. Dat was behelpen, maar had wel iets romantisch. Om het creatieve proces maximaal te stimuleren maakte ik koffie.

Tijdens het eten vandaag spraken we over die ene keer dat een stroomuitval in Amsterdam vele machines van providers down bracht in een belangrijk datacenter. Ook Zoranet werd die nacht getroffen, net als onze datacenterburen van de BBC en Google. Midden in de nacht zat ik toen met Edwin in dat datacentrum om defect geheugen in een switch te wisselen. Dat wil zeggen: hij verwisselde het geheugen en ik regelde de koffie. Toen we klaar waren hielp Edwin Google en het toen nog bestaande Versatel om hun spullen weer online te brengen.

Vandaag ging de discussie over oortjes. Dat zijn beugels waarmee je een apparaat in een kast ophangt. Een groot contrast met 2004. Toen waren we al blij als we een reserve harddisk hadden. Met oortjes of kooimoeren waren we al helemaal niet bezig. Wat dat betreft zijn we verwend. Maar net als vroeger maakte ik gewoon de koffie. :)