Couscous bij uw Kebab?

Reacties uitgeschakeld voor Couscous bij uw Kebab?
juni 2nd, 2010 Permalink

In een doorzonwijk vergaderen buurtbewoners over de toenemende onveiligheid van hun stadspark. Regelmatig worden daar homoseksuele stellen afgetuigd, vrouwen zijn er vogelvrij. Het stadsbestuur roept op tot dialoog, terwijl de sterke arm zich op last van de burgemeester afzijdig houdt. Ouders maken zich zorgen, aangezien het park de plek is waar jongeren uit de buurt elkaar ontmoeten.

Dit is niet het verhaal van een willekeurige grote stad van nu, maar dat van Utrecht uit begin jaren ’80. Mijn Utrecht. Ik woonde in Oog in Al, een prachtige wijk net buiten het centrum. Tussen de huizen vond je traditionele winkels zoals een bakker, slager, bloemist, Vivo, sigarenwinkel, slijterij, melkboer en de grote groentewinkel van mijn ouders. Ik had een zorgeloze jeugd, totdat Turkse gastarbeiders opdoken en we werden geconfronteerd met wat het gemeentebestuur aanduidde als ‘een cultuurprobleem’.

Die afwachtende politieke houding viel slecht bij de bezorgde inwoners. Waarom werd de veiligheid in het Majella park niet geregeld? De politie was wel massaal aanwezig bij thuiswedstrijden van FC Utrecht, waar het hard ingreep bij knokpartijen en rellen. Het predikaat ‘cultuurprobleem’ wilde er als excuus voor het Turkse geweld niet in, aangezien de Chinezen nauwelijks problemen veroorzaakten.

Het zoeken van toenadering was zeker geen probleem en ik heb er toffe vrienden aan overgehouden. Maar het schoolsysteem was niet berekend op de toestroom van die grote hoeveelheden minder – of anders – ontwikkelde Turken. Lesmateriaal en begeleiders ontbraken en een relaxte pragmatiek had de overhand. Het was snel geaccepteerd dat Turkse kinderen thuisbleven, zogenaamd om hun ouders ‘te helpen’. U weet wel, die ouders die wij hadden uitgenodigd om hier te komen werken en dus niet thuis waren. Die kinderen liepen langs de weg en braken uit verveling de boel af. Het bleek onmogelijk ze de Nederlandse taal te leren, dus werd het omgedraaid: Nederlandse scholieren, ook ik, kregen op de vrije woensdagmiddag verplicht Turkse les.

Eenzelfde ongelijkheid heerste in de winkelstraat. Waar een Nederlandse ondernemer legio vergunningen nodig had om een winkel te kunnen exploiteren, mochten Turkse nieuwkomers direct aan de slag. Het had geen zin die nieuwe ondernemers met regels te vermoeien, aangezien ze het gesproken en geschreven Nederlands niet machtig waren. Ter bevordering van integratie werd zo een oogje dicht geknepen. Complete winkelstraten werden snel overgenomen door goedwillende Turkse ondernemers, die hun waar in de eigen taal en in strijd met alle regelgeving aanprezen. Gevels werden volgehangen met verlichte reclameborden en stoepen volgezet met stellingen, kisten en pallets. Nooit werd er een gulden precariorecht afgedragen en van verplichte koelingen of een winkelsluitingswet hadden ze nog nooit gehoord. Waar de Warenwet en Gemeentecontroleur wel de Keurslager bezochten, werd de Halal vleesboer in dezelfde Kanaalstraat overgeslagen.

Met de politiek en burgemeester in slaap of Oost-Indisch doof, besloot de bevolking het zelf te regelen. Via de toen uiterst populaire 27mc zendbak werd in een weekend een burgerwacht opgericht. Iedere avond patrouilleerde deze in het park, waarbij confrontaties met nieuwkomers niet uit de weg werden gegaan. Raddraaiers werden rigoureus het park uitgeslagen, waardoor de situatie in no-time onder controle was.

Het geschrokken stadsbestuur erkende het probleem, hekelde die burgerlijke ongehoorzaamheid, maar had veel begrip voor de spanning voortkomend uit de ‘culturele verschillen’. Dit meten met twee maten zorgde voor een ongezonde en onveilige situatie. Dit leidde uiteindelijk tot het vertrek van vele Nederlanders uit de wijk en dat bracht ons naar de Achterhoek.

Terwijl zo het ene na het andere gezin de stad ontvluchtte, draaiden in een kelder van de makelaar Wim Vreeswijk de stencilmachines op volle toeren. Zij produceerden de posters voor wat later de Centrumpartij van Hans Janmaat zou worden. Zijn boodschap zorgde niet alleen voor veel ophef in het Stadhuis, maar bepaalde snel ook de agenda in Den Haag. De gevestigde orde hekelde die nieuwe partij, maar wenste te accepteren dat deze voortkwam uit eigen falen.

Anno 2010 is de situatie niet veel anders. We hebben de Turkse Döner Kebab verruild voor de Marokkaanse Couscous, maar laten nog altijd sollen met wet- en regelgeving alsmede onze normen en waarden. Weer gaan we theedrinken. Weer zoeken we de dialoog. Weer hekelen we de botte boodschapper. Weer worden homo’s afgetuigd. Weer mag de bevolking dweilen. Blijkbaar is onze leercurve vlakker dan we met zijn allen veronderstellen.

Comments are closed.