Die nieuwe Toyota Prius is keyless en werkt met proximity sensoren. Als je met de juiste sensor in de buurt van je auto bent, kun je hem zonder sleutel open maken en starten. Afsluiten is net zo hip: je gooit de deur dicht, tikt een keer op de deurklink en voila: afgesloten. Maar hoe ga je controleren of hij wel op slot zit? Ik bedoel: hij knippert met de verlichting dat hij op slot gaat (maar dat zie je niet, want je staat naast de auto, niet voor of achter) en je hoort hem natuurlijk afsluiten, maar hoe verleidelijk is het om even te controleren of die deur echt wel is afgesloten?
Vrijdag was het zover en werd de golfcar afgeleverd. We hebben nog weinig tijd gehad om ermee te klooien, maar voor de geïnteresseerden kort de eerste indrukken.
Aflevering
In tegenstelling tot onze vorige auto (een Volvo die fors meer kostte) is het Toyota afleverniveau hoog. De Prius komt inclusief gevarendriehoek (onze eerste, joy!), gevarenhesje, verbandtrommel, led-set en orchidee. Meegeleverd worden twee echte Nederlandstalige handleidingen van bijna 1000 pagina’s. Bij aflevering werd ook ruim tijd genomen om de basis van alle elektronica uit te leggen en was alles al werkbaar ingesteld.
De elektronica
Een Japanse auto, dus de elektronica maakt standaard onderdeel uit van de inrichting. Een heus verschil met Volvo, waar elektronica in veel gevallen ‘optioneel’ is. Het verschil merk je in de vormgeving van het dashboard: Toyota levert een geïntegreerd geheel, waar Volvo hier en daar wat ruimte maakt voor een knopje. Het is allemaal wennen (als gezegd: 1000 pagina’s handleiding), zeker omdat de Prius wordt afgeleverd in een soort Amerikaanse ‘iedere-bestuurder-is-een-debiel’ modus, dus alles heeft zijn eigen alarm. Roy werd daar zeker niet vrolijk van, maar enig grasduinen in de handleiding lost dat probleem snel op.
De Prius heeft wel een aantal coole gadgets. Camera’s aan de achterzijde bijvoorbeeld. Handig bij het parkeren. De audioset heeft standaard een 40Gb harddisk en ript desgewenst audiocd’s, met een koppeling naar Gracenote. Een intern ventilatiesysteem zorgt ervoor de auto koel blijft wanneer je hem in de zon parkeert. Da’s wel prettig en gezond, want dat betekent dat je niet in een sauna stapt, waarna de airco de boel geforceerd moet terugkoelen.
Maar hoe rijdt ie?
Goed. Ik kan niet anders zeggen. Heb er als gezegd nog niet heel veel mee gereden (140 kms), maar vooralsnog bevalt ie goed. Ook op snelweg, oude klinkerwegen en onverharde weggetjes. Tot 130 km/u is ie zeker niet traag. Opvallend vind ik het geluidsniveau: hij is extreem stil. Ook op de snelweg. Het zoeft, alsof je in een rustige metro zit.
Drive by wire
Ja, dat is wennen. Echt, wennen. Bij mijn vorige auto’s was alles hydraulisch en dat geeft een bepaalde rij-ervaring. Die Toyota is volledig ‘drive by wire’. Stuur en pedalen communiceren met sensors die op hun beurt communiceren met elektronica elders in de auto. Dat is echt anders rijden. Het is directer en er lijkt minder ruimte te zijn voor nuances, maar dat kan een gebrek aan ervaring zijn.
Keuze
Het grote verschil is keuze. Volvo maakt keuzes voor je, Toyota biedt ze. Geen idee wat beter is. Het uit zich onder andere in 1000 pagina’s handleiding. Het verschil zit in kleine dingen en voor de beeldvorming een voorbeeld: autonavigatie. Volvo RTI biedt je een eenvoudig configuratiescherm waarin je wat zaken kunt regelen, bijvoorbeeld wel of geen gesproken commando’s. Daar kun je dan het volume van regelen, maar meer niet. De manier hoe de navigatiecommando’s via de speakers worden gecommuniceerd t.o.v. muziek bepaalt Volvo. Bij Toyota kun je dat zelf regelen. Ik weet niet of dat een voordeel is, maar het geeft je een mogelijkheid om je speakers zo in te regelen dat je muziek kunt luisteren en met zijn tweeën kunt navigeren, omdat de bijrijder ook de gesproken commando’s (en waarschuwingen) kan horen. Bij Volvo is dat ondenkbaar, omdat gesproken commando’s uitsluitend via de linkerspeaker bij de berijder hoorbaar zijn en niet alle gesproken commando’s op het scherm worden weergegeven.
Ander voorbeeld, wellicht voor mierenneukers, maar ik heb me hier bij Volvo altijd kapot aan geërgerd: het toetsenbord. Gewoon ingesteld op ABC. Prima werkbaar, maar voor hardcore computernerds als ikzelf, gewoon niet handig. Waarom geen Qwerty optie? Toyota biedt die standaard, zelfs Azerty. En als je andere talen kiest (bij Volvo onmogelijk), dan kun je nog meer toetsenborden selecteren. Hoe cool is dat?
Veiligheid
Ook zo’n verschil. Volvo doet alles om je handen op het stuur te houden en dat uit zich in eenvoudige tools met beperkte functionaliteit. Het doet allemaal wat het moet doen, maar het is soms wel erg omslachtig, of zelfs gebruikersonvriendelijk. Een simpel voorbeeld is het gebruik van het adresboek op je SIM, wanneer je daar bijvoorbeeld 2500 contacten in hebt staan. Het is bij Volvo totaal kansloos vanuit een groot adresboek via het stuur iemand te bellen, maar toch is alles erop gericht om je deze martelgang keer op te keer te laten doormaken. Ja, ik weet dat je via T9 kunt zoeken via de ingebouwde telefoon, maar dat werkt niet mega gebruikersvriendelijk en zorgt ervoor dat je toch je handen van het stuur haalt (en kost als optie Euro 2750,-).
Een ander voorbeeld is de navigatie. Een joystick achter het stuur geeft je bij Volvo alle mogelijkheden om een adres te zoeken en toe te voegen en zo je route te programmeren. Snel gaat het allemaal niet, maar het werkt wel goed en je hebt beide handen aan het stuur.
Toyota gebruikt het stuur voor de basale functionaliteit (temperatuur, geluid, telefoon oppakken/ophangen, cruise control, radar) en verwijst je voor de rest naar de touchscreen console en biedt voiceresponsemogelijkheden. Dat laatste werkt wonderbaarlijk goed (bel Jan of navigeer naar <plek>), ook in het Nederlands (of Russisch). Wil je uitgebreid klooien met instellingen of complexe handelingen verrichten, dan ben je aangewezen op het touchscreen. Waar Volvo ‘instellingen’ bij >80 km/u ontoegankelijk maakt, heeft Toyota daar geen behoefte aan: je kunt doen wat je wilt, al rijd je 140.
Boordcomputer
Geweldig. Bij Volvo een dure optie (die ik altijd gehad heb), bij Toyota niet beschikbaar. Pardon? Nee, dat lees je goed. Toyota biedt geen optionele boordcomputer. Moet ook eerlijk zeggen dat ik niet zou weten wat hij moet toevoegen, aangezien alles waarvoor je bij Volvo een boordcomputer koopt (gemiddeld verbruik, temperatuur buiten, digitale weergave tankinhoud, dagtrip, etc) bij Toyota in de standaard functionaliteit zit (en meer).
Kofferbak
De echte killer vind ik de kofferbak. Standaard uitgerust met laadruimte onder de laadruimte. Afsluitbaar en kun je nog extra vergrendelen met metalen spanbanden met slot. De ruimte onder de laadruimte is groot genoeg voor een forse koffer en biedt dus ruim plaats aan een notebooktas met een hele partij fotomeuk.
Ze hebben doorgaans niet meer dan een paar honderd vaste inwoners. In de zomer groeit dat aantal met enige duizenden, wanneer stedelingen tussen mei en november de drukte ontvluchten en hun pittoreske buitenverblijf opzoeken. Ik heb het over de kleine dorpjes gelegen in de bossen op de tong van Karelië, te vinden tussen Vyborg en Sint Petersburg, op loopafstand van de stranden van de Finse Golf en omringd door talloze kleine meertjes.
Nog niet zo heel lang geleden maakte het gebied deel uit van Finland, maar sinds de tweede wereldoorlog is het onderdeel van eerst de USSR en nu de Russische Federatie. Logisch, aldus de Rus, want reeds ver voor de verovering verkochten de Finnen de grond al aan bemiddelde inwoners van Sint Petersburg die diep in de buidel wensten te tasten voor een rustiek houten buitenhuis in klassiek Finse stijl.
Initieel was dat het Russische intellect. Dichters en schrijvers trokken en masse naar de regenachtige met dikke bedden mos bekleedde Finse bossen en nog altijd is het Huis van de Creativiteit van het Russisch literaire genootschap er gevestigd. In verband met achterstallig onderhoud heeft het twee jaar geleden de deuren moeten sluiten, maar de spechten wonen er nog altijd.
In de jaren ’20 en ’30 waren het partijbonsen die hun heil zochten in de regio. Op riante percelen bouwden ze hun buitenverblijven, bekend als datja’s. Dan hebben we het natuurlijk niet over kleine ruwe blokhutten die we anno 2009 in Nederland aanduiden met ‘Fins’, maar over fragiel aandoende zeer riante houten woningen, twee soms wel drie niveaus hoog, met heel veel glas. Een serre op elke verdieping, rondom balkons en afgemaakt met houtsierwerk en rustieke portiekjes. De Communistische elite had rust nodig, maar wel in alle luxe.
Na de oorlog was het de beurt aan de Russische Intelligentie, zoals de uitvinders van de Sputnik. Diep in de bossen mochten ze hun datja’s bouwen. Wel met respect, want er mocht geen boom worden omgehakt. Ook de Finse stijl werd gehandhaafd. Fragiele houten huizen in zachte pasteltinten, met houtkachels en prachtig gedecoreerde ramen verrezen tussen bomen van wel honderd jaar oud. Men plaatste bijpassende schuren en waterputten op een zandbodem bezaaid met bosbessen. Lage schuttingen gemaakt van fragiele latten zorgden voor een nagenoeg onzichtbare omheining van de percelen om elanden buiten te houden. Zo rustiek, je zou bijna vergeten dat er een koude oorlog woedde.
In de jaren ’70 dommelde het sprookjesbos in een diepe winterslaap. Onaangeroerd overleefde het Brezjnef, Andropov en Tjsernenko. Het sliep door Gorbatjov’s Perstroika heen en overleefde aansluitend Jeltsin met zijn grappen, grollen en talloze opstanden. De vaste en zomerse bewoners genoten van hun rust, de gewoonten en traditie. Op hun gemak verfden ze hun Datcha’s, repareerden ze de metalen daken en bouwden ze nieuwe waterputten. Sommige huizen werden verlaten en vervielen, andere brandden af. Een enkeling werd opgeknapt. Echt veel veranderde er niet.
Na Jeltsin kwam de kentering. De Rus mocht plotseling geld verdienen. Initieel waren het stadsbestuurders die zich links en rechts lieten verrijken door sluwe handelaars en aannemers. Wij zouden het corruptie noemen, maar dat zien ze daar anders. Een reeks privatiseringen creëerde vervolgens de ‘nieuwe’ Rus. Je kent ze wel. Types zonder enige smaak, die voor de hobby een voetbalclub in Engeland kopen en de grootste lol hebben wanneer ze hun Porsche Cayenne kort rijden op een hoge stoeprand in de stad. Zij hebben het sprookjesbos ontdekt.
Rustieke stranden worden ‘opgesierd’ met feestpaleizen en op oude percelen worden de prachtige Finse huizen vervangen door lelijke stenen nieuwbouw met kleine ramen, afgewerkt met tralies en omringt door massieve schuttingen van tenminste drie meter hoog. Geen boom blijft overeind. Diepe littekens, veroorzaakt door de aanleg van gasleiding en riolering, tekenen het bos. Rustieke weggetjes en paadjes zijn geasfalteerd, handgeschilderde straatnaambordjes worden verwijderd en elanden zijn in geen velden of wegen meer te bekennen. De oorspronkelijke bewoner moet niets hebben van deze Gevangenisromantiek en verlangt intens terug naar het Sovjet beleid gericht op het handhaven van de Finse traditie.
De Zwolse winkeliersvereniging bestond 40 jaar en dus tijd voor een feestje met oa. sloepen en jetski’s. Mede mogelijk gemaakt door retailspecialist Zoranet.
Yad Vashem is het holocaustmuseum in Jerusalem, waarin in de eerste zaal reeds duidelijk wordt gemaakt dat de Holocaust is uitgevoerd door de Nazi’s, maar de schuld is van alle Christenen in Duitsland, met name de Katholieken. Reeds in 1870 begon volgens het museum het op grove schaal aanzetten tot haat. Voor de helderheid: Hitler is uit 1889 en maakte vanaf 1921 pas politiek carrière. Vermoedelijk is de directeur van Bild nog niet in het museum geweest …
Het overkwam me in een boekhandel in Sint Petersburg. Een oudere heer begon in het Duits tegen me aan te praten, omdat we gezamenlijk stonden te wachten. Hij vertelde blij te zijn eindelijk het centrum van de stad te kunnen zien. Met de nadruk op ‘eindelijk’, want in de oorlog had hij als Duitse soldaat ruim een jaar buiten de stad gebivakkeerd en toen was een bezoek aan het centrum er nooit van gekomen …
Zo werkt dat in het betaald voetbal. Je betaalt een vermogen voor een paar meter boarding en als je even niet kijkt, zetten ze op de duurste plaatsen gewoon een bord voor het jouwe. Vinden het nog raar dat je boos bent.
Het was niet meer dan een halve seconde dat ik even geen gewicht op mijn schouder voelde. Automatisch greep ik naar de camera, om te constateren dat mijn 16-35L (II) eraf was. Diefstal! In mijn ooghoek zag ik links achter me iemand met een zwart t-shirt aan het graaien in een plastic tas. In een reflex draaide ik me om, maar ik vond mijn pad geblokkeerd door een gozer met een wit tenue. Met een bodycheck duwde ik hem ruw aan de kant, waarna ik de persoon in het zwart met mijn linkerhand bij de strot greep, terwijl mijn rechterhand zich bekommerde om de tas. De dief spartelde tegen, maar moest het afleggen tegen bijna 4 jaar ervaring van mijn linkerhand met glibberige haring en levende paling. Toen ik mijn lens had bevrijd, gooide ik de gozer van me af.
Mijn vrouw liep naast me en zag me in een tas graaien, waarna iemand er in haar beleving vandoor ging. Dat liet ze niet gebeuren, dus stortte ze zich op de tas. Een verbouwereerde dief verzocht haar dat niet te doen en de tas terug te geven. Dat deed ze pas nadat ze had geconstateerd dat er niets in de tas zat waar ik interesse in kon hebben. Daarna maakte de dief zich samen met zijn partner uit de voeten. Gezien haar achtergrond, had het slechter met hem kunnen aflopen.
Het bijzondere van het geheel is wel het feit dat ik mijn camera nooit op mijn rug heb hangen, maar altijd op mijn buik. Da’s gecontroleerd en lekker zacht. Moet zo’n Canon waarderen. In dit geval hing ie misschien een halve minuut op mijn rug, omdat ik mijn vrouw na een speurtocht van een kwartier terugvond en dus even andere prioriteiten had. Een beetje onheil zit dus in een klein hoekje.
Mooi plekje voor een fisheye, dus even lens verwisselen. Aangezien het om één plaatje gaat, is het niet natuurlijk niet nodig om die 24-105 goed op te bergen.
Plots lag ie in 30cm diep water. In het opstuivend bodemzand zag ik nog net het rode lijntje van de 24-105L. Een vreemde gewaarwording, gevolgd door de constatering dat er geen beschermend UV-filter op zat. Canon adviseert dat weliswaar tegen ‘forse regenval’, maar aangezien het beeldkwaliteit kan beïnvloeden laat je zo’n filtertje als purist dus achterwegen … Stom dat ik die lens natuurlijk voor die ene foto gewoon even opzij had gezet, in plaats van hem fatsoenlijk op te bergen, cq. aan mijn vrouw te geven. Eén klein tikje was vervolgens voldoende om hem zwemles te geven in één van die 1000den meertjes in zuid Karelië. Bedroefd haal je hem vervolgens weer op het droge. Hij blijft druppelen en piept en kraaktje bij het scherpstellen. Opbergen maar, laten drogen en het beste van hopen.
Twee dagen later piept en kraakt ie een stuk minder. Op het binnenglas zie ik nog altijd kleine druppels, evenals op de zoomaanduider. Geduld heb ik niet, dus foto maken: zonder IS en AF doet het het prima. Met IS en AF ingesteld geeft ie een ‘communicationproblem’ met camera en adviseert ie ‘to clean contacts’. Terug naar zijn warme plekje dus.
Drie dagen later een hernieuwde poging. De lens piept nog een beetje, maar het water binnen is weg. Een foto maken met IS en AF werkt nog altijd niet. De errormelding is dezelfde.
Ik verhuis de lens naar een warmere plek en laat hem daar 4 dagen staan. Weer proberen. Hij piept niet meer. AF en IS werken nu beide. Buiten maak ik voor de zekerheid een aantal foto’s waarop ik na grondige inspectie geen afwijking constateer. De 24-105L werkt dus en we hebben weer wat geleerd, namelijk dat het met de waterdichtheid -bestendigheid van de L-serie wel goed zit.
The Soviet nation decided to get rid of him once and for all and bury him as far away as possible. They set up a special commission.
The commission turned to the British government with the request that they make available a plot in a British cemetery.
‘Well,’ replied the British government, ‘we do already have Karl Marx in England . . . Two such great masters in the one cemetery . . . That would be overdoing it a bit. . .’
So they tried the Germans.
‘Well, we would bury him here,’ replied the Germans, ‘but Hitler is already buried here. Two such great tyrants in the one country . . .’
Suddenly a telegram from Tel Aviv arrived: ‘In view of the fact that Stalin did not block the creation of the state of Israel, we agree to bury him here.’
‘No way,’ said the members of the commission in utter panic, ‘After all they had a resurrection there . . .’
Royalty.nl is mijn (Roy van Veen) persoonlijke weblog en bevat niets anders dan mijn mening, dus niet die van organisaties waar ik bij betrokken ben. Ik doe iets met verbindingen, betaalverkeer en private networking bij retailspecialist Zoranet (onderdeel van EspritXB en Detron ICT en Telecom), een klein beetje met fotografie en tekst bij Theatre of the Mind en wat management consulting met Casino Boogie. Heb door de jaren heen genoeg (vaak) lelijke beeldjes, kraaltjes en spiegels ontvangen voor mijn werk en werd in 2007 uitgeroepen tot meest fatsoenlijke ondernemer. Nee maar! Bij mijn examen dat leidde tot mijn oldschool typediploma (begin jaren '80 van die vorige eeuw) typte ik een klas Schoevers typegeiten eruit. Nuttelozer kan ik de feiten niet maken.