Peanuts!

mei 13th, 2009 Permalink

Food

Begin jaren ’90 ontmoet ik Jeroen. Hij is afgestudeerd bedrijfskundige, heeft een imposante functietitel en is in dienst van een groot bedrijf. Ik ben net gestart als zelfstandige en worstel als jonge hond met een veelheid aan uitdagingen. Jeroen doet complexe projecten en stuurt binnen zijn organisatie teams aan met ‘consultants’. Hij vindt het allemaal “peanuts”, draagt dure pakken met een stropdas, rijdt een aardige lease auto en heeft op elke vraag een vaag antwoord. Jeroen is als senior whatever op weg naar de top bij zijn multinationale werkgever. Ik zit in een achtbaan op de bodem van een leeg meer dat aan het vollopen is en ik probeer de gevonden weg naar boven te blijven volgen.

Hectische tijd is het. We praten veel, maar een echte vriendschap wordt het nooit. Gesprekken gaan over het leven, maar ook vooral over zaken doen, want daar heeft Jeroen verstand van. Vindt hij. Zijn zorgen hebben betrekking op het overschrijden van projectbudgetten, het uitblijven van promotie en de service van de door zijn organisatie gekozen lease-maatschappij. Ik maak me druk over de kasstroom van mijn start-up in relatie tot het vakantiegeld van mijn personeel en of ik zaterdagavond wel naar die verjaardag kan of toch wat achterstand moet wegwerken.

Het contact met Jeroen blijft aan, maar neemt in frequentie af. Hij is inmiddels adjunct-directeur van een business unit, staat veel op de golfbaan en praat met hoge rugnummers over een conceptuele wereld die ik niet herken. Ik ben uit het meer gekropen en bouw op de oever aan mijn bescheiden imperium, dat inmiddels internationaal opereert. Jeroen vindt het allemaal “peanuts”, maar ik geniet van de vakmensen om me heen. De vriendschap, de ontwikkelingen en de wil om de beste te zijn.

Het is zomer 2007 als Jeroen belt. Hij is op non-actief gezet bij zijn werkgever en gaat voor zichzelf beginnen. Hij zal mij wel even laten zien wat Ondernemen precies is, maar heeft daarbij mijn hulp niet nodig. Projecten liggen al op de plank en de rest wijst zich vanzelf. Onder de noemer “lean and mean” mikt Jeroen op een organisatie met tien mensen. Eén en ander binnen twee maanden. Zijn eerste contract is dat voor een forse lease-auto, snel gevolgd door de huur van een “pand met uitstraling”. Op zijn uitnodiging vieren we de start van zijn nieuwe bedrijf in een restaurant op niveau. Trots overhandigt hij me zijn visitekaartje met klinkende functietitel. Hij is er zeker van: de wereld zit op hem te wachten als President & Senior Business Consultant.

Twee maanden later praten we bij. Hij is inmiddels “pas met zeven man”, want het valt niet mee om goeie mensen te vinden. Ze doen hier en daar een klein klusje, maar zijn met een gefactureerde omzet van elfduizend euro niet kostendekkend. “Allemaal peanuts,” volgens Jeroen. Hij is met hele grote projecten bezig en daar hoeft er maar één van te vallen. Tegenslag kent hij ook: de door hem uitgekozen lease-maatschappij maakt er een zooitje van. Die grote projecten komen echter nooit en acht maanden na de start moet Jeroen de stekker uit zijn onderneming trekken. Dat kan de beste gebeuren, dus so what? Hij vertelt me dat helaas niet zelf, maar ik hoor het via een wederzijdse relatie.

Op een retailbeurs loop ik hem bij toeval tegen het lijf. Hij is als consultant betrokken bij een project voor een supermarktketen en probeert daar wat achtergrondinformatie op te doen. Ik heb een afspraak met een franchiseketen om uit te leggen waar de kostenbesparing zit van de PIN oplossing die mijn bedrijf bedacht heeft en waarmee we inmiddels tientallen ketens en honderden losse winkels bedienen. Met oog op de gevoeligheid van zijn ego, vraag ik zo nonchalant mogelijk naar zijn ervaringen als Zelfstandig Ondernemer. Het doet zichtbaar pijn, wanneer hij de situatie uitlegt. Als ervaren bedrijfskundige heeft hij de boel volledig geanalyseerd. De markt was nog niet toe aan zijn oplossing. Ik ben het daar niet mee eens: “Jeroen, je bent allergisch voor pinda’s.”