Hobson …
In de serie “de schoen en het verhaal” vandaag een stel sloffen waarin de Heeren van de Groote Sociëteit zich echt kunnen vinden: handgemaakte Engelse Hobsons van Lamsleer in diepblauw. Ze pinken er een traantje bij weg. Heerlijke schoenen, die ik in 1997 in de uitverkoop kocht voor Hfl. 1495, inclusief “gratis” ledercreme en wat onderhoudsdoekjes. Schoenen die het resultaat waren van een principe discussie. Een lang verhaal.

Ik had indertijd mijn enige betrekking in loondienst ooit. Formeel was ik account manager bij een middelgrote system integrator, maar aangezien er wat mensen overspannen de tent uit waren gerend gaf ik ad interim leiding aan de business unit. Dat bracht vele spannende en politieke vergaderingen met zich mee en daar zat ik helemaal niet op te wachten. Betekende ook dat ik wekelijks zitting had in het grote overleg waarin het wel en wee van de hele organisatie besproken werd. Voorzitter was de grote baas himself. Dat was een vent met humor, een groot Feyenoord hart en haarimplantaten. Hij hield er ook een aantal vreemde principes op na, met name over privacy: alle e-mail verkeer werd meegelezen en telefoongedrag was tot op de seconde nauwkeurig in kaart. Verder waren er vaak discussies over declaraties, altijd in combinatie met de traagheid van uitbetalen … uiteraard voerde hij die discussies niet zelf, maar liet hij die over aan Wilma, de moeke van de (P&O) administratie.

De principediscussie startte een maand of drie nadat ik in dienst was getreden. Mijn unitdirecteur was onder vage voorwenselen naar huis gestuurd, er hing een aantal zwarte juridische wolken boven de organisatie die geheel stuurloos was. Aangezien niemand werd aangewezen de kar te trekken, ging ik dat na een week of twee op eigen initiatief doen. In de agenda van mijn voorganger vond ik een lunchafspraak met een IT directeur van een grote bank. Die nam ik dus over.

In het eerste grote overleg kwam die afspraak naar voren, aangezien die commercieel grote impact zou kunnen hebben. Stel je toch eens voor dat we die bank zouden over kunnen halen bij ons klant te worden. De gedachte alleen al maakte bij de grote baas vele emoties los. Ik werd uitvoerig geïnstrueerd wat ik wel moest doen en zeggen en wat niet. Verder kreeg ik een lijst mee van locaties waar ik goed zou kunnen lunchen. Alles op niveau, want dat schijnt zo te horen bij “bankmensen”.

Een dag voor de afspraak word ik gebeld door een banksecretaresse. Of ik een uur eerder kan komen en er bezwaar tegen heb om de nieuwbouw te gaan bekijken. Daar heb ik geen bezwaar tegen en ook mijn agenda biedt ruimte. Deal dus.

In een mooi statig gebouw word ik de volgende dag in een vergaderruimte geconfronteerd met een groep bankmensen, een bonte verzameling maatpakken met dure titels. We praten wat bij, nemen onze positie in de markt door en ze spuien hun twijfels over de bestaande leverancier. Een goed begin, waarna we vertrekken richting de nieuwbouw. Daar krijg ik een uitgebreide rondleiding over het bouwterrein, waarbij de Directeur OG zichtbaar opgewonden met tekeningen in de hand uit de doeken doet wat er waar gebouwd gaat worden. Zeker een fors project.

Aansluitend volgt de lunch. Staand bij de auto’s, geparkeerd aan de rand van het bouwterrein nemen we de opties door, waarbij ik het hele lijstje van de grote baas langsloop. Een aantal bankmensen heeft geen tijd voor een lunch, waarna ik met de directeur IT overblijf. Deze wat oudere man heeft een duidelijke voorkeur voor wat hij wil eten: een kroket, want die mag hij normaal gesproken niet. Zo beland ik met een directeur IT van een grote internationale bank in een patattent die aan de rand van het bouwterrein is opgetrokken. We eten er een frietje met een broodje kroket en nemen een glas water. Totale schade bedraagt 10,75 en de bankman is zwaar in zijn nopjes. Terug op de zaak rapporteer ik de voortgang en uit ik mijn positieve gevoelens over onze kansen en de bankman: “Dat is zowaar een echt mens.” Dat laatste vind ik zelf nog belangrijker dan de rest, maar de grote baas bij ons denkt daar anders over. Fluitend vertrekt hij vroeg in de middag naar huis … alsof de handtekening al binnen is.

Er gaat een maand of drie voorbij. We zijn dan inmiddels leverancier bij de bank in kwestie en de IT directeur is een meer dan goede kennis van me geworden. Wilma overhandigt mij de uitbetaalverslagen van mijn declaraties. Op die lijsten staat wat er wel en niet vergoed gaat worden in het kader van het personeelshandboek. Aangezien ik altijd netjes declareer, heeft ze nooit problemen en is alles altijd keurig terugbetaald (ja, dat wordt weleens vergeten: in feite schiet je als account manager gewoon doorlopend allerhande operationele kosten voor …). Dit keer is er echter een probleem, want die Hfl 10,75 wordt niet vergoed. Reden: het is een privé uitje dat ik vergoed probeer te krijgen. Pech dus.

Ik check mijn agenda en kan me plots de hele situatie weer voor de geest halen. Sterker nog, ik heb het zelfs in het verslag gezet van die vergadering. Daarmee wandel ik naar Wilma, maar die verwijst me door naar de grote baas. Hij is duidelijk in zijn statement: de bank heeft die dag het eten betaald en ik probeer daar misbruik van te maken door een privé frietje te declareren. Ik leg hem uit dat ik gemiddeld per maand aantoonbaar zo’n Hfl. 1.750,- (incl. diesel) voorschiet, dus dat ik waarschijnlijk niet wakker lig van 10,75. Er is geen begrip voor.

De beslissing ervaar ik als een motie van wantrouwen, hetgeen ik in een sarcastisch toontje aan het papier toevertrouw en via het secretariaat aan de directie laat overhandigen. De schriftelijke reactie toont begrip voor mijn gevoelens, maar wijst me op de lunchinstructies als gesteld in de personeelsgids: “Maaltijden worden uitsluitend vergoed, indien aantoonbaar en ontegenzegelijk is vastgesteld dat de vergadering een zakelijk karakter heeft.” Dat vinden ze niet het geval, dus pech.Als reactie schrijf ik mijn ontslagbrief, maar voordat ik die inlever verdiep ik me nog één keer in dat personeelshandboek. Ik kan je vertellen dat dit boeiend leesmateriaal is, als je daar gewoon even een andere bril voor op zet …

Voor mijn volgende vergadering bij de bank, laat ik het secretariaat een lunchafspraak maken bij een club van de lijst van de grote baas. Voor die bijeenkomst koop ik bij een klein winkeltje in Doorn een donkerblauw maatpak en bijbehorende Hobsons voor Hfl. 1495,-. De schoenen moet ik direct betalen, maar de kleermaker uit Doorn stuurt een factuur. De bon van de Hobsons stop ik bij mijn declaraties en lever ik in. De reactie laat zich raden: Wilma gaat de schoenen niet vergoeden.

Toch jammer, want in het personeelshandboek staat duidelijk dat alle kosten vergoed worden die aantoonbaar en ontegenzeggenlijk gemaakt moeten worden om een klant tevreden te stellen. Laat ik nu net een e-mail bericht hebben van die bevriende IT directeur, waarin hij mij uitnodigt voor een lunchafspraak in een club waar enige instructies gelden inzake kleding. Wilma verwijst mij naar de grote baas.

Die ontploft als ik de alinea uit het personeelshandboek citeer en hem confronteer met de e-mail. Uiteindelijk geeft hij aan dat hij die 1500 gulden voor schoenen en pak gaat betalen. Daar moet ik hem toch even uitleggen dat de bon uitsluitend betrekking heeft op de schoenen, omdat ik de factuur van het pak ten tijde van het inleveren van de declaratie nog niet had. Maar ik stel hem gerust, want die factuur heb ik inmiddels wel en die zit derhalve bij de declaraties van afgelopen maand.Mijn uitspraak maakt hem echter niet rustiger. Goh? Wilma wordt per direct ontboden met de declaratie van het pak en na het zien van het prachtige handgeschreven bonnetje kijkt hij me lachend aan: “Een maatpak, voor nog geen 6000 gulden? Dat kan nooit wat zijn.”

Het duurt uiteindelijk 4 maanden voordat ik het pak en de schoenen vergoed krijg. In die tijd heb ik de grote baas nog diverse malen lastig gevallen met moeilijke e-mail van mijn vriend bij de bank. E-mail die ik uiteraard zelf opstelde om de krankzinnigheid van ons personeelshandboek aan de kaak te stellen. Ik heb laten vragen om een rally auto, want de bankman hield zo van rally rijden. En om kaartjes voor een Opera in Praag, want daar was hij helemaal gek van. Beide verzoeken werden niet ingewilligd, maar wel betaalde de grote baas zonder mokken een lunchfactuur van een dure Argentijn in Hilversum die op speciaal verzoek eenmalig verse, handgemaakte kroketten serveerde. Zonder twijfel de duurste kroketten die ik ooit gegeten heb …